Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Building Care B.V.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 26 februari 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:2305
Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig, niet onverwijld gegeven. Billijke vergoeding van € 21.708 toegekend.

Feiten

Werknemer is per 1 januari 2024 in dienst getreden bij werkgeefster in de functie van junior accountmanager. Hij heeft zich in augustus 2025 ziek gemeld. Werknemer is in augustus 2025 geïnformeerd dat er diverse constateringen waren gedaan. Hij is op 4 september 2025 op staande voet ontslagen, vanwege onder meer het zich negatief uitlaten over de eigenaar van Building Care, het handelen in strijd met afspraken met de klant en het inzetten van schilders bij een persoonlijke relatie. Werknemer verzoekt een verklaring dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig gegeven is, en verzoekt een billijke vergoeding, gefixeerde schadevergoeding en transitievergoeding. Ten eerste is er volgens hem geen sprake van een dringende reden voor ontslag. De beschuldigingen van Building Care zijn niet alleen niet bewezen, maar vertonen ook een duidelijke inconsistente en oneerlijke aanpak. Daarnaast is het ontslag niet onverwijld gegeven. Building Care verwijst in de ontslagbrief naar gebeurtenissen en gedragingen die zich al geruime tijd eerder hebben voorgedaan, maar heeft tot 4 september 2025 gewacht met het ontslag op staande voet. Bovendien vond er tussen de aankondiging van het ontslag op 28 augustus 2025 en de daadwerkelijke datum van ontslag geen lopend onderzoek plaats. Dit ondermijnt de oprechtheid van het ontslag alleen maar verder. Ten slotte is het ontslag niet onverwijld meegedeeld. De ontslagbrief is pas op 4 september 2025 aan werknemer overhandigd, terwijl daarin staat dat het dienstverband per 30 augustus 2025 is geëindigd.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Building Care heeft een periode van een week voorbij laten gaan voordat zij is overgegaan tot ontslag op staande voet, wat meebrengt dat het ontslag niet onverwijld is. In en/of over die periode zijn geen nieuwe feiten en omstandigheden naar voren gekomen. Het beweerderlijk schilders van een project afhalen om ze vervoglens tegen een veel te laag tarief ten voordele van een vriend van werknemer in te zetten, is gelet op de gemotiveerde betwisting niet vast komen te staan. Bij de redenen die aan het ontslag ten grondslag zijn gelegd ontbreken concrete data, terwijl verschillende incidenten geruime tijd voor het ontslag hebben plaatsgevonden. Ten aanzien van het recht op transitievergoeding geldt dat de hoge lat van ernstige verwijtbaarheid niet wordt gehaald, het ontslag lijkt voornamelijk gestaafd op ontevredenheid bij Building Care over het functioneren van werknemer. Voor andere gedragingen, zoals negatieve uitingen tegennover het personeel en derden, geldt gelet op de gemotiveerde betwisting door werknemer dat het op de weg van Building Care had gelegen om de gedragingen concreet te maken en te onderbouwen. De transitievergoeding wordt toegewezen, evenals de gefixeerde schadevergoeding. Op basis van de stukken en hetgeen besproken is tijdens de mondelinge behandeling is voldoende gebleken dat de arbeidsrelatie tussen partijen voorafgaand aan het ontslag al in aanzienlijke mate was verstoord. Op basis van de stukken en hetgeen besproken is tijdens de mondelinge behandeling is voldoende gebleken dat de arbeidsrelatie tussen partijen voorafgaand aan het ontslag al in aanzienlijke mate was verstoord. De kantonrechter acht het aannemelijk dat, ook als geen ontslag op staande voet had plaatsgevonden, er binnen afzienbare termijn een einde was gekomen aan het dienstverband. De door partijen gepresenteerde uiteenlopende versies van de gebeurtenissen maken het niet mogelijk vast te stellen wat zich precies heeft voorgedaan, maar wel is duidelijk dat het wederzijds vertrouwen en een goede basis voor een vruchtbare samenwerking ontbreken. Daarbij merkt de kantonrechter nog op dat het niet aannemelijk is dat het opzegverbod tijdens ziekte aan ontbinding in de weg zou hebben gestaan, omdat een ontbindingsverzoek van Building Care geen verband zou houden met de ziekte van werknemer. Uit de verklaring van werknemer tijdens de zitting leidt de kantonrechter af dat zijn arbeidsongeschiktheid samenhangt met spanningen op de werkvloer. Nu er geen andere factoren zijn gesteld of gebleken die het herstel van werknemer momenteel belemmeren, gaat de kantonrechter ervan uit dat werknemer binnen afzienbare tijd een nieuwe baan zal kunnen vinden. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de leeftijd van werknemer en de huidige arbeidsmarkt. Er wordt een billijke vergoeding van € 21.708 toegewezen. De loonvordering van werknemer en een bedrag aan niet betaalde autokosten worden toegewezen, de wettelijke verhoging wordt gematigd tot 25%. Building Care wordt in de proceskosten veroordeeld.