Naar boven ↑

Rechtspraak

De Zwaluw Logistiek B.V./werknemer
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 5 februari 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:2256
Ontbindingsverzoek werkgever wordt toegewezen op de g-grond zonder billijke vergoeding nu geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van werkgever. Beide partijen hebben bijgedragen aan het ontstaan van de verstoorde arbeidsverhouding.

Feiten

De Zwaluw is een logistieke dienstverlener. Werknemer is sinds 13 april 2021 in dienst als Logistics Engineer. De vader van werknemer was werkzaam als financieel directeur binnen de groep en is na een arbeidsconflict met X per 14 juli 2025 met pensioen gegaan. Hij is minderheidsaandeelhouder gebleven. De broer van werknemer heeft op 13 mei 2025 DataFirst opgericht, waarvan de vader middellijk bestuurder is. De Zwaluw heeft een geschil met DataFirst omdat zij meent dat sprake is van gekopieerde software. In juni 2025 heeft X aan werknemer laten weten dat het conflict met zijn vader losstaat van zijn positie. Daarna ontstaan spanningen. Werknemer krijgt geen bedrijfsauto, verliest bepaalde rechten en voelt zich buitengesloten. Op 27 augustus 2025 meldt hij zich ziek en spreekt van pesten en buitensluiten. De Zwaluw betwist dit en geeft verklaringen voor de genomen maatregelen. De bedrijfsarts oordeelt dat werkhervatting niet mogelijk is en adviseert later mediation. De mediation wordt zonder resultaat beëindigd. Op 4 december 2025 rapporteert de bedrijfsarts dat er geen sprake is van arbeidsongeschiktheid. De Zwaluw verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst vanwege een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van haar in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Volgens haar is sprake van structureel en duurzaam wantrouwen en hebben pogingen tot herstel, waaronder mediation, geen oplossing gebracht. Herplaatsing is niet mogelijk en ligt niet in de rede. Werknemer verweert zich en stelt dat er geen redelijke ontslaggrond bestaat en dat het opzegverbod tijdens ziekte geldt. Voor het geval van ontbinding verzoekt hij om toekenning van de transitievergoeding en een billijke vergoeding, alsmede een eindafrekening en beperking van het relatiebeding.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op de g-grond. Partijen zijn het erover eens dat de arbeidsverhouding dusdanig verstoord is geraakt dat een terugkeer niet reëel is. Daarmee is sprake van een redelijke grond en ligt herplaatsing niet in de rede. Het opzegverbod tijdens ziekte staat niet aan ontbinding in de weg, nu de bedrijfsarts heeft geoordeeld dat er geen sprake is van arbeidsongeschiktheid. De kantonrechter ziet onvoldoende aanleiding voor toekenning van een billijke vergoeding. Niet is komen vast te staan dat er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. Werknemer heeft zijn stellingen dat hij stelselmatig is buitengesloten en anders behandeld onvoldoende onderbouwd. Het geringe aantal, de ernst en de duur van de gestelde gedragingen worden daarbij meegewogen. Wel is voorstelbaar dat door het conflict met de vader een lastige situatie is ontstaan. Het had op de weg van De Zwaluw gelegen om hierover open en constructief in gesprek te gaan, maar dat is onvoldoende gebeurd. Daar staat tegenover dat werknemer de situatie met zijn e-mails onnodig op scherp heeft gezet en daarmee aan de verstoring heeft bijgedragen. Van willens en wetens verstoren door de werkgever is geen sprake. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 april 2026. De Zwaluw is een transitievergoeding verschuldigd. Een billijke vergoeding wordt niet toegekend.

Ten aanzien van het tegenverzoek wordt de eindafrekening toegewezen. Het relatiebeding is zeer ruim geformuleerd, waardoor werknemer niet weet met welke relaties hij geen contact mag hebben. De Zwaluw moet daarom een lijst verstrekken van klanten en relaties, tenzij zij werknemer ontslaat uit het beding. Het relatiebeding wordt beperkt in die zin dat werknemer bij een nieuwe werkgever wel contact mag hebben met klanten die al klant waren van die werkgever vóór indiensttreding. Voor verdere beperking bestaat geen aanleiding. De proceskosten worden gecompenseerd.