Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Breda), 25 februari 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:1389
Feiten
Op 17 mei 2018 is werkneemster bij werkgeefster in dienst getreden als verkoopster voor 24 uur per week tegen een loon van laatstelijk € 1.598,47 bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag. Op de gesloten arbeidsovereenkomst is de Cao Retail Non-Food (hierna: cao) van toepassing verklaard. Vanaf 10 april 2025 is werkneemster arbeidsongeschikt. Werkgeefster heeft het loon vanaf november 2025 onbetaald gelaten. Werknemer vordert in kort geding betaling van (achterstallig) loon. Werkgeefster is niet verschenen; tegen haar wordt verstek verleend.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. De vorderingen van werkneemster zijn niet weersproken door werkgeefster. Dit betekent dat de vorderingen kunnen worden toegewezen, tenzij deze de kantonrechter ongegrond of onrechtmatig voorkomen. De vorderingen van werkneemster worden grotendeels toegewezen.
