Rechtspraak
Rechtbank Overijssel (Locatie Enschede), 3 maart 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:1136
Feiten
Werkneemster is sinds 1986 in dienst bij de gemeente Haaksbergen als juridisch medewerkster op het taakveld ruimtelijke ordening. Toen het college eind 2023 een voorkeursrecht vestigde op percelen van haar buren, mengde zij zich in de daaropvolgende bezwaarprocedure: zij vroeg uitstel van de hoorzitting, raadpleegde tientallen malen niet-openbare stukken en schreef (grote delen van) het bezwaarschrift van haar buren. Na een melding van collega's in maart 2024 werd werkneemster op non-actief gesteld. Onderzoek door Capra Advocaten bevestigde in augustus 2024 de belangenverstrengeling, maar stelde geen onherstelbare samenwerkingsbreuk vast. De gemeente koos voor herplaatsing en bood in december 2024 een nieuwe functie aan. Werkneemster accepteerde dit in beginsel, maar verbond daaraan de voorwaarde van kostenvergoeding (€ 8.500), die de gemeente weigerde. Begin 2025 leek herplaatsing alsnog te slagen, maar de nieuwe gemeentesecretaris stopte het traject na een gesprek op 31 maart 2025 wegens gebrek aan schuldbewustzijn bij werkneemster en een aangekondigde rechtszaak. In juni 2025 oordeelde de externe begeleidster nog positief over werkneemsters zelfreflectie en de herplaatsingsmogelijkheden, maar de gemeente trok de stekker er definitief uit. De gemeente verzoekt ontbinding zonder opzegtermijn en transitievergoeding, en vordert de onderzoekskosten (€ 28.384,23). Werkneemster verzet zich tegen ontbinding en verzoekt subsidiair een transitievergoeding van € 92.718,30 en een billijke vergoeding van € 700.000.
Oordeel
De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst per 1 mei 2026 op de g-grond, maar wijst de overige verzoeken van de gemeente grotendeels af. De gedragingen van werkneemster — het raadplegen van niet-openbare stukken, het benaderen van de commissiesecretaris en het schrijven van het bezwaarschrift — zijn verwijtbaar, maar halen de lat van ernstig verwijtbaar handelen niet. De gemeente zelf heeft dat ook niet zo beoordeeld: zij overwoog geen ontslag op staande voet en koos na het Capra-rapport juist voor herplaatsing. Dat werkneemster haar aandeel later heeft gebagatelliseerd, verandert dat oordeel niet. De kantonrechter oordeelt dat beide partijen blaam treft. De verstandhouding is onherstelbaar verstoord, maar daarvoor dragen beide partijen verantwoordelijkheid. De gemeente had eerder met werkneemster in gesprek moeten gaan over de belangenconflictsituatie die voorzienbaar was. Zij schorste haar vervolgens op ingrijpende wijze, liet de situatie maandenlang voortslepen en trok uiteindelijk — zonder wezenlijk gewijzigde omstandigheden — plotseling de reeds geconcretiseerde herplaatsing in. Daarmee heeft de gemeente de verhoudingen definitief op scherp gezet. De gemeente moet een transitievergoeding van € 90.557,52 betalen. De gevorderde onderzoekskosten worden afgewezen: het uitbesteden van zo'n uitgebreid onderzoek was voorbarig en het onderdeel over de samenwerking met collega's was niet relevant. Een billijke vergoeding wordt niet toegekend, nu beide partijen bijdroegen aan de verstoring.
