Rechtspraak
Rechtbank Gelderland (Locatie Nijmegen), 11 december 2025
ECLI:NL:RBGEL:2025:11775
Feiten
Werkneemster is sinds 1 februari 2023 als secretaresse in dienst bij de Stichting Nijmeegs Interconfessioneel Ziekenhuis Canisius-Wilhelmina (hierna: CWZ). Werkneemster was aanvankelijk werkzaam als secretaresse voor de raad van bestuur. Met ingang van 21 augustus 2024 was zij werkzaam als secretaresse op de afdeling Kwaliteit & Verbeteren. Sinds 2022 is CWZ verwikkeld in een kwestie met een groep cardiologen. Deze kwestie heeft veel aandacht gekregen in de media. Omstreeks april 2025 is CWZ ervan op de hoogte geraakt dat de cardiologen in het bezit zijn van vertrouwelijke documenten van de raad van bestuur. Als gevolg hiervan heeft zij een onderzoek laten uitvoeren door een onderzoeksbureau. Op 3 juli 2025 is werkneemster uitgenodigd voor een gesprek met CWZ. Tijdens dit gesprek is aan werkneemster uitgelegd dat vertrouwelijke informatie van de raad van bestuur is gelekt naar derden, dat hiernaar onderzoek gaande is en dat werkneemster hierbij in beeld is gekomen. Werkneemster zou de documenten hebben gescand, naar zichzelf hebben gemaild en vervolgens de mails hebben verwijderd. Per brief van 4 juli 2025 is werkneemster op non-actief gesteld. Op 15 juli 2025 is werkneemster op staande voet ontslagen, vanwege – kort gezegd – het lekken van bedrijfsgevoelige informatie van CWZ, die de kwestie met de groep cardiologen betreft, aan derden. Werkneemster verzoekt een verklaring voor recht dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven en CWZ te veroordelen tot betaling van vergoedingen. CWZ verzoekt een verklaring voor recht dat werkneemster aan CWZ de gefixeerde schadevergoeding van € 13.428,96 verschuldigd is.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkneemster betwist iedere betrokkenheid zoals door CWZ is gesteld, maar komt niet met een plausibel en met stukken onderbouwd alternatief als onderdeel van haar betwisting, terwijl dat wel van haar kon worden verwacht gelet op de gedegen onderbouwing door CWZ via het rapport van het onderzoeksbureau. Zo staat vast dat haar inloggegevens zijn gebruikt op 24 maart 2025 voor documenten waar zij geen enkele bemoeienis meer bij zou moeten hebben. Een dag later worden deze documenten bewerkt en uit haar e-mailbox verwijderd door middel van een tweefactor authenticatie-inlog in het systeem via haar privételefoon en vanaf het IP-adres van haar woonadres, hetgeen zij beide niet (gemotiveerd) betwist. Haar verweer dat de raad van bestuur onzorgvuldig omgaat met vertrouwelijke stukken en deze laat ‘rondslingeren’ kan haar niet baten, omdat ook als dit waar zou zijn, het niet wegneemt dat uit het onderzoek blijkt dat zij, nadat zij al lang niet meer voor de raad van bestuur werkte, deze documenten in haar bezit heeft gehad. Voorts heeft CWZ een verklaring overgelegd waarin wordt gesteld dat de documenten zijn verkregen van een voormalig secretaresse van de raad van bestuur. De stellingen van CWZ zijn dan ook komen vast te staan. De kantonrechter is van oordeel dat deze handelingen van werkneemster een dringende reden opleveren voor ontslag op staande voet. Het ontslag is tevens onverwijld gegeven. De handelwijze van CWZ getuigt naar het oordeel van de kantonrechter van zorgvuldigheid in het kader van het onderzoek. CWZ heeft niet te lang gewacht met het geven van ontslag. De verzoeken van werkneemster worden afgewezen. Werkneemster is aan CWZ de gefixeerde schadevergoeding van € 13.428,96 verschuldigd, nu zij door opzet of schuld een dringende reden heeft gegeven aan CWZ. De door CWZ verzochte verklaring voor recht in dat kader wordt toegewezen.
