Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 7 oktober 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:11652
Feiten
Werknemer is op 25 juni 2003 in dienst getreden bij Deka als medewerker GL Control. Hij nam van 26 februari tot 17 maart 2024 verlof en verscheen daarna niet op het werk. Zijn broer meldde hem ziek. De bedrijfsarts stelde op 24 juni 2024 een probleemanalyse op waaruit beperkte belastbaarheid bleek, met advies voor een opbouwschema en evaluatiemomenten. Vanaf eind juli 2024 stagneerde de opbouw. Deka wees werknemer erop dat hij onvoldoende voldeed aan zijn re-integratieverplichtingen en dat dit loonopschorting kon rechtvaardigen. Werknemer verscheen meerdere keren niet op gesprekken en reageerde nauwelijks op berichten van Deka en de bedrijfsarts. Door het gebrek aan contact bestond geen duidelijkheid over zijn inzetbaarheid; daarom werd het loon eerst opgeschort en later stopgezet. Deka probeerde hem op diverse manieren te bereiken. Een deskundigenoordeel kon niet worden uitgevoerd omdat werknemer onbereikbaar bleef. Bij een huisbezoek bleek dat werknemer niet meer op zijn woonadres verbleef; familieleden uitten zorgen over zijn toestand. Deka deed daarop een melding bij de politie voor een welzijnscheck. De politie trof werknemer aan en schakelde hulp in. Deka stuurde vervolgens een laatste waarschuwing. Hij moest op de door hem zelf gekozen afspraken verschijnen, anders zou een ontslag op staande voet volgen. De broer vroeg om uitstel vanwege de psychische toestand van werknemer, maar Deka hield vast aan de verplichting tot bereikbaarheid en opkomst. Werknemer verscheen opnieuw niet op de afspraak met de bedrijfsarts en bleef onbereikbaar. Deka ontsloeg hem daarop op staande voet wegens structureel niet verschijnen, het niet nakomen van re-integratieverplichtingen en het schenden van controlevoorschriften. De gemachtigde van werknemer verzette zich tegen het ontslag en wees op ernstige psychische problemen. Deka handhaafde het ontslag, maar gaf aan dat medische informatie aanleiding tot herziening kon geven. Kort daarna kwam werknemer onder behandeling bij GGZ inGeest, waar wekelijks contact plaatsvindt.
Werknemer verzoekt primair vernietiging van het ontslag op staande voet en betaling van achterstallig loon vanaf 10 oktober inclusief wettelijke verhoging. Subsidiair verzoekt hij, als het ontslag wordt vernietigd maar voortzetting niet mogelijk is, om het achterstallige loon, de transitievergoeding en wettelijke verhoging. Meer subsidiair, als het ontslag terecht was maar de loonopschorting/-inhouding niet, verzoekt hij toekenning van de transitievergoeding en loon over negen periodes inclusief verhoging. Meest subsidiair, als ontslag én loonopschorting terecht waren, verzoekt hij alsnog de transitievergoeding omdat hem volgens eigen zeggen geen ernstig verwijt treft. Indien en voor zover de opzegging van de arbeidsovereenkomst van 13 mei 2025 wordt vernietigd, verzoekt Deka om ontbinding van de arbeidsovereenkomst, op de g-grond (verstoorde arbeidsverhouding) en e-grond (verwijtbaar handelen).
Oordeel
De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. De dringende reden is onvoldoende vastgesteld. De rechter weegt mee dat werknemer ernstige psychische problematiek had, moeilijk aanspreekbaar was en nauwelijks contact kon onderhouden, ook niet met zijn familie. De rol van de broer wordt meegewogen. Deka heeft onvoldoende onderzocht of werknemer niet wilde of niet kon meewerken aan re-integratie. Het structureel missen van afspraken en schendingen van controlevoorschriften zijn onder deze omstandigheden geen dringende reden. Omdat het ontslag ongeldig is, heeft werknemer aanspraak op loon en transitievergoeding.
Tegenverzoek ontbinding
Voor de e-grond geldt dat Deka zowel schriftelijk moet hebben gemaand tot nakoming van de re-integratieverplichtingen als moet beschikken over een deskundigenoordeel van het UWV waarin wordt vastgesteld of werknemer aan deze verplichtingen heeft voldaan. Deka heeft werknemer meerdere malen schriftelijk gemaand en het loon opgeschort en later stopgezet, maar het vereiste deskundigenoordeel van het UWV is op dit moment nog niet beschikbaar. Wel heeft Deka het deskundigenoordeel op 14 januari 2025 aangevraagd. De kantonrechter acht het daarom noodzakelijk om de procedure aan te houden, zodat Deka het deskundigenoordeel over kan leggen zodra dit beschikbaar is. Werknemer zal vervolgens in de gelegenheid worden gesteld om hierop te reageren. De procedure blijft aangehouden totdat het deskundigenoordeel is ontvangen, waarna de kantonrechter naar verwachting zonder nadere zitting zal beslissen over het ontbindingsverzoek.
