Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 4 november 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:13255
Feiten
Werknemer is op 1 mei 2018 in dienst getreden bij European Pneumatic Component Overhaul and Repair B.V. (hierna: ‘Epcor’). Op 4 januari 2024 heeft een ontwikkelgesprek met werknemer plaatsgevonden. In het verslag staat onder meer het volgende: “Je hebt over het algemeen een positieve instelling (…). Deze positieve instelling kan alleen wel erg veranderen, als er iets gebeurt kan dit zomaar omslaan in het negatieve en sta je voor weinig dingen meer open. Er lijkt langzaam wel een verandering zichtbaar de laatste 1 à 2 maanden, waarin je positiever overkomt, dus houd dit vast. (…) Je bent binnen je eigen werkzaamheden goed in aanpassen (…). Je hebt alleen veel moeite met organisatorische aanpassingen binnen EPCOR. (…) regelmatig ben je het er niet mee eens. Als je het ergens niet mee eens bent is niet erg, binnen EPCOR willen we graag dat iedereen alles kan zeggen, maar je hebt dan de gewoonte om zaken in het negatieve te gaan zien zonder dat daar aanleiding voor is. Je geeft zelf aan dat je probeert zaken positiever te zien, maar dat dit niet altijd lukt, dus vraag om hulp als je merkt dat het onvoldoende lukt.” Op 11 juni 2024 heeft een functioneringsgesprek plaatsgevonden met werknemer. Na afloop van het gesprek is in een e-mail het volgende meegedeeld aan werknemer: “Bij deze een korte samenvatting van het performance gesprek wat we zojuist hebben gevoerd. Tijdens dit gesprek heb ik aangegeven dat jouw negatieve houding en gedrag je performance volledig overschaduwd en dat dit moet veranderen. De reden hiervoor is dat jouw gedrag en houding een negatief effect hebben op jezelf, andere om jou heen en beïnvloed het beeld wat je achterlaat. Daarnaast heb je moeite met de inhoud en flexibiliteit die wordt verwacht als MTS en als medewerkers van EPCOR. Wij zijn het gesprek beëindigd dat we verwachten dat jij een plan van aanpak voor jezelf maakt hoe je invulling gaat geven aan een positievere houding.” Dezelfde dag heeft werknemer zich ziekgemeld. Op 19 december 2024 heeft werknemer een beoordeling gehad, waarin zijn houding en gedrag als onvoldoende zijn aangemerkt. Werknemer heeft daartegen bezwaar gemaakt. In de periode van april tot juli 2025 heeft mediation plaatsgevonden. De mediation is niet geslaagd. In deze procedure verzoekt Epcor de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden, vanwege een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond) of vanwege een combinatie van omstandigheden (i-grond).
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Het is voor de kantonrechter duidelijk dat de houding en het gedrag van werknemer hebben geleid tot problemen en spanningen in de arbeidsrelatie. De kantonrechter is echter van oordeel dat de door Epcor gestelde problemen in de houding en het gedrag van werknemer vooral zien op zijn disfunctioneren en niet zozeer op een onherstelbare verstoring van de arbeidsrelatie. Daar waar disfunctioneren van werknemer veel meer op de voorgrond staat dan de gestelde verstoring van de arbeidsverhouding en Epcor op zichzelf terecht van mening was dat het functioneren van werknemer verbetering behoefde, was het aangewezen om een verbetertraject te doorlopen. De kantonrechter komt dus tot de conclusie dat ontbinding wegens een verstoorde arbeidsverhouding niet gerechtvaardigd is. Er is ook geen sprake van een combinatie van omstandigheden, zodanig dat van Epcor in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. De kantonrechter heeft geconstateerd dat er sprake is van problemen in de arbeidsrelatie en van disfunctioneren. Maar die omstandigheden leggen ook in onderling verband onvoldoende gewicht in de schaal om te kunnen bijdragen aan een ontbinding wegens een combinatie van die omstandigheden. Daarbij weegt mee dat de problemen in de arbeidsrelatie daarvoor onvoldoende ernstig zijn, terwijl voor het disfunctioneren geldt dat nog geen enkele vorm van verbetertraject heeft plaatsgevonden. Ook doet zich niet de situatie voor dat een verbetertraject bij voorbaat kansloos of onmogelijk moet worden geacht.
