Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 18 september 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:12255
Feiten
Werkneemster werkt sinds 1 oktober 2018 voor werkgeefster. Zij werkte daar eerst op basis van een payrollovereenkomst met een andere (formele) werkgever en aansluitend sinds 2023 op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met werkgeefster. Werkgeefster verzoekt de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, omdat er sprake zou zijn van een verstoorde arbeidsverhouding of een combinatie van omstandigheden die in de wet zijn genoemd, waardoor het niet redelijk is dat de arbeidsovereenkomst blijft bestaan, namelijk de g-grond en de i-grond. Dat verzoek heeft zij tijdens de zitting ingetrokken. Werkneemster verzoekt de kantonrechter voorwaardelijk om werkgeefster te veroordelen om een transitievergoeding en billijke vergoeding te betalen, als zij de arbeidsovereenkomst zou ontbinden.
Oordeel
De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst niet. Daarom komt zij aan deze voorwaardelijke verzoeken niet toe. Omdat werkgeefster het verzoekschrift heeft ingetrokken, wordt zij veroordeeld in de proceskosten. Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
