Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie Eindhoven), 8 september 2026
ECLI:NL:RBOBR:2026:6590
Feiten
Werkneemster is sinds juni 2024 als Passenger Service Duty Manager in dienst bij werkgeefster, die in december 2025 door een aandelenoverdracht onderdeel wordt van het Viggo-concern. Vanwege haar slechte financiële situatie besluit werkgeefster te reorganiseren en enkele managementfuncties, waaronder die van Duty Manager, te laten vervallen. Het UWV weigert toestemming voor opzegging. Hoewel het UWV de noodzaak tot besparing op personeelskosten aannemelijk acht, heeft werkgeefster volgens het UWV onvoldoende onderbouwd waarom specifiek de functies van Passenger Service Duty Manager structureel moeten vervallen en zich onvoldoende ingespannen voor herplaatsing. Werkgeefster verzoekt vervolgens ontbinding op de a-grond en stelt dat zij concernbreed naar herplaatsingsmogelijkheden heeft gekeken. Tijdens de ontbindingsprocedure komen twee lager ingeschaalde functies beschikbaar die beide partijen als passend beschouwen. Werkneemster wil deze functies alleen aanvaarden met behoud van haar huidige salaris en wijst het aanbod met een circa 21,5% lager basissalaris af. Zij verzoekt afwijzing van de ontbinding, omdat het functieverval volgens haar onvoldoende is onderbouwd en werkgeefster niet aan haar herplaatsingsplicht heeft voldaan. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt zij onder meer om de transitievergoeding en een billijke vergoeding.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkgeefster heeft voldoende onderbouwd dat vanwege haar slechte financiële situatie een structurele besparing op de personeelskosten noodzakelijk is en dat in het kader van de reorganisatie de functies van Duty Manager, waaronder die van werkneemster, noodzakelijkerwijs vervallen. Daarbij mogen ook feiten en omstandigheden worden betrokken die zich na de beslissing van het UWV hebben voorgedaan en past terughoudendheid bij de beoordeling van de organisatorische keuzes van werkgeefster. Van een overgang van onderneming is geen sprake. Door de aandelenoverdracht zijn de ondernemingsactiviteiten niet overgedragen, maar worden deze nog steeds binnen dezelfde rechtspersoon verricht. Omdat alle functies van Duty Manager vervallen, is het afspiegelingsbeginsel niet aan de orde. Werkgeefster heeft ook aan haar herplaatsingsplicht voldaan. Zij heeft concernbreed naar herplaatsingsmogelijkheden gekeken en tijdens de procedure twee functies aangeboden die beide partijen als passend beschouwen. Werkneemster mocht deze functies vanwege het lagere salaris weigeren, maar de keerzijde daarvan is dat werkgeefster daarmee wel aan haar herplaatsingsplicht heeft voldaan. Inmiddels zijn geen passende vacatures beschikbaar en deze zijn binnen de redelijke termijn ook niet te verwachten, mede gelet op de baansluiting van Eindhoven Airport in 2027. De arbeidsovereenkomst wordt daarom per 1 november 2026 ontbonden op de a-grond. Werkneemster ontvangt een transitievergoeding van € 3.012,31 bruto. Een billijke vergoeding wordt afgewezen, omdat werkgeefster niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Iedere partij draagt de eigen proceskosten.
