Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Reinier de Graaf Groep/werkneemster
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 24 augustus 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:24217
Ontbinding arbeidsovereenkomst van doktersassistente die als enige medewerkster van kleur discriminatie ervaart, houdt geen stand: werkgeefster zette te snel in op waarschuwing en telefoonwerk en onderzocht herplaatsing buiten polikliniek onvoldoende.

Feiten

RdG is een ziekenhuis waar werkneemster sinds 1 september 2002 in dienst is als doktersassistente. Vanaf april 2024 meldt zij meermaals dat zij op haar afdeling discriminatie op grond van ras ervaart. Werkneemster is daar de enige medewerkster van kleur. RdG voert hierover gesprekken met onder meer de afdelingsmanager, artsen en later het afdelingshoofd, en vraagt haar de meldingen met concrete voorbeelden te onderbouwen. Volgens RdG blijft die concrete onderbouwing grotendeels uit. Werkneemster noemt onder meer een vakantieverzoek uit 2019 en, pas ter zitting, een incident tijdens een teamuitje waarbij een collega een zweep zou hebben getoond in verband met het slavernijverleden. Daarnaast ontstaan spanningen over planning, samenwerking en functioneren. Werkneemster voelt zich ongelijk behandeld door de planner en meent dat er sprake is van pesten en discriminatie. Ook wordt zij aangesproken op een incident met een vader van minderjarige patiënten en op drie administratieve fouten in juli 2025. RdG geeft haar daarvoor een formele schriftelijke waarschuwing. Werkneemster betwist die waarschuwing en wijst erop dat het EPD-systeem onduidelijk is en ook bij anderen tot fouten leidt. De bedrijfsarts oordeelt tweemaal dat er geen sprake is van ziekte, maar van spanningen in de arbeidsrelatie. RdG stelt voor dat werkneemster tijdelijk alleen telefoonwerkzaamheden verricht, maar zij ervaart dit als krenkend en als partij kiezen voor de planner. Mediation leidt niet tot een oplossing. In februari 2026 stuurt werkneemster stevige e-mails aan twee artsen over de door haar ervaren discriminatie en meldt zij zich ziek. RdG verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsrelatie. Volgens RdG is werkneemster onvoldoende bereid tot reflectie, vlucht zij in discriminatieverwijten en wordt haar toon richting collega’s steeds agressiever. Werkneemster betwist dat er sprake is van een voldragen g-grond. Zij stelt dat RdG haar discriminatiemeldingen onvoldoende serieus heeft onderzocht, dat de problemen beperkt zijn tot enkele personen en dat herplaatsing op een andere polikliniek mogelijk is.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsrelatie op de huidige polikliniek ernstig is verslechterd. Werkneemster erkent ook dat terugkeer naar die polikliniek niet haalbaar is. De verstoring is echter niet volledig aan RdG te wijten. RdG mocht werkneemster vragen haar discriminatiemeldingen te concretiseren, omdat voor gericht onderzoek concrete signalen nodig zijn. Nu die lange tijd ontbraken, kan RdG niet worden verweten dat zij geen cultuuronderzoek heeft ingesteld. Het incident met de zweep was bovendien niet eerder aan RdG gemeld. Wel treft RdG enig verwijt. De formele waarschuwing voor drie fouten in één week was, mede gezien de kwetsbare situatie, onvoldoende onderbouwd en onnodig zwaar. Ook het beperken van de werkzaamheden tot telefoonwerk was niet gebaseerd op het advies van de bedrijfsarts en kon bij werkneemster de indruk wekken dat RdG partij koos tegen haar. Tegelijk heeft werkneemster zelf bijgedragen aan de verstoring door slecht aanspreekbaar te zijn op fouten en ernstige discriminatieverwijten onvoldoende concreet te maken. De kantonrechter wijst het ontbindingsverzoek af. Doorslaggevend is dat RdG onvoldoende heeft onderzocht of herplaatsing binnen een redelijke termijn mogelijk was. Binnen RdG bestaan passende vacatures, de verstoring beperkt zich tot de huidige polikliniek en van disfunctioneren is niet gebleken. Gelet op het 24-jarige dienstverband en haar ervaring als doktersassistente moet RdG serieus werk maken van herplaatsing, waarbij ook van werkneemster een positieve grondhouding mag worden verwacht.