Naar boven ↑

Rechtspraak

opdrachtnemer/Clinias Dental Group B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Breda), 22 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6828
Zelfstandig juriste stelt dat haar overeenkomst met CDG feitelijk een arbeidsovereenkomst was en vordert daarom onder meer loon, vakantiedagen, pensioenpremies en schadevergoeding.

Feiten

X is meester in de rechten en verricht vanuit haar eenmanszaak juridische dienstverlening op het gebied van gezondheidsrecht en privacyrecht. Op 23 januari 2023 sloot zij met Clinias Dental Group B.V. (hierna: CDG) een overeenkomst van opdracht voor advies en ondersteuning op het gebied van de AVG. Per 1 juli 2023 sloten partijen een nieuwe overeenkomst waarin X als functionaris gegevensbescherming (FG) en Legal Counsel werkzaamheden zou verrichten. In deze overeenkomst was onder meer opgenomen dat X vóór 1 januari 2024 het recht zou krijgen om deel te nemen in het kapitaal van CDG Topco. X verrichtte haar werkzaamheden vanuit haar eenmanszaak, stuurde facturen en droeg daarover btw af. Zij gebruikte voor haar werkzaamheden wel een e-mailadres, laptop en tag van CDG. In april en mei 2024 onderhandelden partijen over een arbeidsovereenkomst, maar zij bereikten geen overeenstemming. X zegde de overeenkomst vervolgens op tegen 1 september 2024. Na het einde van de samenwerking bleef de laptop met tag bij X. CDG schortte daarom de betaling van de laatste factuur op en stelde dat X een boete verschuldigd was wegens het niet inleveren van de laptop en tag. X stelde dat zij eerst haar persoonsgegevens van de laptop wilde verwijderen.

X vordert onder meer een verklaring voor recht dat de rechtsverhouding tussen partijen een arbeidsovereenkomst betreft, betaling van haar laatste factuur en betaling van vakantiedagen en vakantiegeld en afdracht van pensioenpremies. Daarnaast vordert zij schadevergoeding omdat zij volgens haar ten onrechte niet heeft kunnen participeren in CDG Topco en afgifte van verschillende stukken. Verder vordert X dat CDG haar persoonsgegevens van de laptop verwijdert. CDG vordert in reconventie onder meer afgifte van de laptop en tag, betaling van de contractuele boete en – als sprake zou zijn van een arbeidsovereenkomst – terugbetaling van het door X ontvangen loon.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst, maar van een overeenkomst van opdracht. Bij overeenkomst 1 is wel sprake van werkzaamheden tegen loon, maar een gezagsverhouding is onvoldoende onderbouwd. Ook bij overeenkomst 2 ontbreekt een gezagsverhouding. Daarbij weegt mee dat X al langere tijd als zelfstandig ondernemer staat ingeschreven, zich naar buiten toe als zodanig presenteert en nog twee andere opdrachtgevers heeft. Zij stelt de overeenkomsten zelf op, bepaalt grotendeels de voorwaarden en wijze van facturering, verzendt facturen vanuit haar eenmanszaak en draagt daarover btw af. Verder verricht zij haar werkzaamheden inhoudelijk zelfstandig en is zij vrij in de wijze waarop zij deze uitvoert. Ook organisatorisch heeft zij veel vrijheid: zij kan haar werkzaamheden zelf indelen, hoeft zich niet aan vaste werkdagen en -tijden te houden en kan afspraken verzetten of vanuit het buitenland werken. Het gebruik van een laptop, e-mailadres en tag van CDG en deelname aan bedrijfsactiviteiten zijn onvoldoende om van inbedding in de organisatie te spreken. Ook de functie van X is niet zodanig ingebed dat dit op een arbeidsovereenkomst wijst.

De laatste factuur is in beginsel verschuldigd, omdat CDG onvoldoende heeft betwist dat X in augustus 2024 werkzaamheden heeft verricht. CDG mag de betaling echter opschorten, omdat X de laptop en tag bij het einde van de overeenkomst moet inleveren. Het feit dat op de laptop privégegevens van X staan, geeft haar geen reden om de laptop niet in te leveren. CDG heeft geen verplichting om X na 1 september 2024 toegang te geven tot haar systemen. De kantonrechter acht een volledige opschorting niet gerechtvaardigd. De waarde van de laptop is beperkt en de inmiddels opgelopen boete staat niet in verhouding tot de werkelijke schade. De boete wordt daarom gematigd. CDG mag dit bedrag met de factuur verrekenen. Na verrekening blijft voor X € 13.783,91 over. De overige gevorderde boete wordt daardoor afgewezen.

De vordering over participatie wordt afgewezen, omdat X onvoldoende heeft onderbouwd dat zij vóór 1 januari 2024 over het benodigde bedrag beschikte en dat CDG haar participatierecht niet nakomt. Ook de gevorderde stukken worden afgewezen. CDG moet de laptop en tag wel terugkrijgen. Ten aanzien van de persoonsgegevens wordt de vordering gedeeltelijk toegewezen. CDG moet de persoonlijke documenten en gegevens van X verwijderen en daarvan bevestiging geven.