Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Construction Concept Europe LDA
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Middelburg), 21 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6860
Portugees recht van toepassing op de arbeidsovereenkomst, er was sprake van tijdelijke werkzaamheden in Nederland. Geen recht op billijke vergoeding op grond van bepalingen van bijzonder dwingend recht.

Feiten

Werknemer is per 4 maart 2024 in dienst getreden bij Construction Concept Europe LDA (hierna: CCE) in de functie van Bekister-timmerman tweede klasse. Werknemer is woonachtig in Portugal. CCE, statutair gevestigd in Portugal, is een bouwonderneming, gespecialiseerd in de bouw van betonnen constructies voor industriële residentiële gebouwen en ondergrondse werken; zij neemt projecten aan in verschillende Europese landen. Een Belgisch consortium heeft een project aangenomen voor de bouw van een kunstmatig energie-eiland. Hiervoor is een (Nederlandse) vennootschap onder firma (hierna: vof) opgericht. CCE heeft in onderaanneming van de vof een bouwklus aangenomen en heeft in Portugal arbeidskrachten geworven ter uitvoering van deze bouwklus. Werknemer is tewerkgesteld op een project. CCE heeft de arbeidsovereenkomst(en) met ingang van 31 oktober 2025 opgezegd. Werknemer stelt zich op het standpunt dat op de arbeidsovereenkomst Nederlands recht van toepassing is. Partijen hebben geen rechtskeuze gemaakt. Volgens werknemer is de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig opgezegd nu hij niet met de opzegging heeft ingestemd en het UWV hiervoor ook geen toestemming heeft verleend. Met deze onrechtmatige opzegging heeft CCE verwijtbaar gehandeld en komen aan werknemer een billijke vergoeding van € 10.000 en een transitievergoeding toe. Verder stelt werknemer dat CCE een bedrag heeft ingehouden op zijn salaris zonder dat zij daartoe gerechtigd was; werknemer vordert terugbetaling van dit bedrag.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Nu CCE in de procedure is verschenen zonder zich op de onbevoegdheid van de Nederlandse rechter te beroepen, is de Nederlandse rechter bevoegd om van het geschil kennis te nemen. CCE heeft ook geen verweer gevoerd tegen de relatieve bevoegdheid van de kantonrechter te Middelburg. In individuele arbeidszaken is stilzwijgende forumkeuze mogelijk indien de vordering of het verzoek door de werknemer is ingesteld, waardoor de kantonrechter ook relatief bevoegd is. De kantonrechter oordeelt dat de stilzwijgende rechtskeuze volgt uit verwijzingen in de arbeidsovereenkomst naar Portugese wetartikelen; bovendien is gekozen voor een specifieke Portugese contractsvorm. Artikelen van het Nederlandse recht die van toepassing zijn verklaard zien op bijzonder dwingend recht. Dat artikelen die verplicht van toepassing zijn expliciet van toepassing zijn verklaard betekent niet dat partijen hebben gewild het Nederlandse recht op de gehele overeenkomst van toepassing te laten zijn. Het verrichten van werk in een ander land wordt als tijdelijk aangemerkt als van de werknemer wordt verwacht dat hij na voltooiing van zijn taak in het buitenland opnieuw in het land van herkomst gaat werken. Hiervoor is niet vereist dat de werknemer dat werk voor dezelfde CCE gaat verrichten. Ook werkzaamheden voorafgaand aan en ná de werkzaamheden in Nederland bij andere werkgevers in Portugal kan meebrengen dat het werk in Nederland tijdelijk was. Uit de arbeidsovereenkomst volgt dat het de bedoeling was van partijen dat werknemer na afloop van de detachering zou terugkeren naar zijn land van herkomst om daar zijn activiteiten te hervatten. Partijen hebben ook gehandeld overeenkomstig deze bedoeling. Gedurende de looptijd van de arbeidsovereenkomst is werknemer fiscaal inwoner van Portugal gebleven, CCE heeft een ‘home-leave’ vergoeding betaald, CCE heeft een PD U1-verklaring aangevraagd bij het UWV en na terugkeer in Portugal heeft werknemer in Portugal  een WW-uitkering aangevraagd. CCE heeft een melding tijdelijke tewerkstelling gemaakt. Portugal dient als het gewone werkland te worden aangemerkt, de werkzaamheden waren tijdelijk van aard. Er zijn geen feiten en omstandigheden aangevoerd die meebrengen dat de arbeidsovereenkomst desondanks een nauwere band heeft met Nederland. Het Portugese recht was het objectief toepasselijke recht. Werknemer geniet daardoor niet de bescherming van in het Nederlandse recht neergelegde dwingende regels. Dit betekent dat ook de bepalingen over de met het einde van een arbeidsovereenkomst samenhangende vergoedingen niet van toepassing zijn. Het verzoek tot betaling van de transitievergoeding en een billijke vergoeding wordt daarom afgewezen. CCE heeft erkend dat werknemer recht heeft op een vergoeding naar Portugees recht van € 3.707,51 bruto welke vergoeding wordt toegewezen. Artikel 7:626 BW is op grond van artikel 2 WagwEU op de arbeidsovereenkomst van toepassing. Op grond van dit artikel moeten bedragen die op het loon worden ingehouden, op de loonstrook worden gespecificeerd. Nu niet is gebleken met welke reden er bedragen op het loon zijn ingehouden en of er voor dat specifieke geval een volmacht tot inhouding is verleend, gaat de kantonrechter ervan uit dat de inhoudingen onrechtmatig zijn gedaan. Het verzoek tot betaling van het bedrag van € 380 wordt daarom toegewezen. De proceskosten worden gecompenseerd.