Naar boven ↑

Rechtspraak

Waterschap Amstel, Gooi en Vecht/werknemer
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Zaanstad), 15 juni 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:10101
Arbeidsovereenkomst toezichthouder Waterschap Amstel, Gooi en Vecht ontbonden vanwege ernstig verwijtbaar handelen na onder meer 44 verkeersboetes en handelen in strijd met interne regels. Werknemer dient 10% kosten Hoffmann-rapport te betalen.

Feiten

Werknemer is per 15 januari 2019 in dienst getreden bij Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (hierna: AGV) in de functie van toezichthouder. In februari 2026 is werknemer geschorst vanwege ernstige overtredingen in de uitoefening van zijn werkzaamheden nadat een klacht was ontvangen van een medeweggebruiker over onveilig rijgedrag van een dienstauto van AGV. Vervolgens heeft AGV werknemer geïnformeerd dat een ontbindingsverzoek zal worden ingediend. Uit een door bureau Hoffmann opgesteld onderzoeksrapport volgt dat werknemer een dienstauto heeft gebruik voor privédoeleinden en dat hij deze ritten niet conform interne regels en instructies heeft uigevoerd. Verder is geconcludeerd dat de agenda van werknemer niet up-to-date was voorafgaand aan een werkdag, dat de agenda achteraf is bijgewerkt dan wel aangepast, en dat werknemer achteraf ‘thuiswerk’ heeft opgevoerd in de agenda, terwijl hij niet thuis mag werken. Hoffmann heeft in het rapport ook vastgesteld dat werknemer zich met de dienstauto meerdere keren niet heeft gehouden aan de maximumsnelheid, en in de periode van april 2025 tot en met januari 2026 in ieder geval 44 keer met een snelheid van ten minste 120 kilometer per uur heeft gereden, waar 80 of 100 kilometer was toegestaan. In mei 2026 heeft werknemer zijn leidinggevenden een bericht gestuurd waarin hij aangaf zijn gedrag te erkennen en hier de volledige verantwoordelijkheid voor te nemen. AGV verzoekt ontbinding vanwege ernstig verwijtbaar handelen en een veroordeling van werknemer tot vergoeding van de kosten van de Hoffmann-rapportage.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Uit het onderzoeksrapport volgt dat gedurende een langere periode sprake is geweest van een verschil tussen rittenregistraties en in de agenda vermelde werkzaamheden. Hiermee heeft werknemer zijn gedrag oncontroleerbaar gemaakt. Er is sprake geweest van in ieder geval 44 geregistreerde forse verkeersovertredingen. Werknemer is er nadrukkelijk op gewezen dat privégebruik van de dienstauto niet is toegestaan. Ook is hij aangesproken op een juiste rittenregistratie, correct agendabeheer en een juiste uren- en verlofregistratie. Desondanks heeft werknemer zich ook na de waarschuwing wederom schuldig gemaakt aan onjuiste ritten- en urenregistraties en onjuist agendabeheer. Uit de samenhang tussen onkostendeclaraties en opgegeven thuiswerkdagen volgt bovendien dat sommige onkostendeclaraties niet deugdelijk zijn. De stelling van werknemer dat het Hoffmann-onderzoek disproportioneel is geweest, is op zich geen reden om de conclusies uit het rapport buiten beschouwing te laten. Er is sprake van ernstig verwijtbaar handelen op grond waarvan de arbeidsovereenkomst ontbonden wordt. Hoewel het handelen van werknemer naar het oordeel van de kantonrechter zeer kwalijk is, wordt de hoge lat van ernstige verwijtbaarheid niet gehaald. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat werknemer met zijn handelen het oogmerk heeft gehad om zichzelf te bevoordelen of AGV te benadelen. Er is eerder sprake van een situatie waarin werknemer bij herhaling in de fout is gegaan door een forse miskenning van het belang dat AGV hechtte aan nakoming van de afspraken en een kennelijk gebrek aan inzicht in zijn eigen rol en verantwoordelijkheid. De door AGV gevraagde verklaring voor recht wordt daarom afgewezen. Werknemer wordt veroordeeld circa 10% van de werkelijke kosten van het Hoffman-rapport (€ 62.934 ex btw) te vergoeden. AGV heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er een duidelijke aanleiding was om onderzoek te laten verrichten. Vastgesteld is dat werknemer verwijtbaar heeft gehandeld. Daarmee heeft werknemer ook gehandeld in strijd met goed werknemerschap en daarvan uitgaande is er een grondslag voor AGV om redelijke onderzoekskosten op werknemer te verhalen. Iedere specificatie ontbreekt echter op de factuur waardoor niet kan worden vastgesteld of de factuur redelijk is. Aan het verzoek van AGV om alsnog specificaties in het geding te brengen, wordt voorbijgegaan, omdat zij dit al eerder had kunnen en moeten doen. In het tegenverzoek wordt aan werknemer een transitievergoeding toegekend. De door werknemer gevorderde overuren worden toegewezen. De proceskosten worden gecompenseerd. Werkgever wordt in de proceskosten veroordeeld.