Rechtspraak
Feiten
Met deze beschikking komt een einde aan de procedure tussen partijen. Deze eindbeschikking van 10 juli 2026 is het vervolg op, en tegelijkertijd het sluitstuk van, de op 7 april 2026 gegeven tussenbeschikking. In die tussenbeschikking heeft de kantonrechter - samengevat - geoordeeld dat Infraway een transitievergoeding aan werknemer moet betalen, maar geen aanzegvergoeding en ook geen minuren. Verder heeft werknemer de mogelijkheid gekregen om bewijs te leveren dat Infraway nog overuren dient na te betalen. Werknemer heeft afgezien van het leveren van bewijs. Op 30 april 2026 heeft hij namelijk gevraagd om zijn verzoek te verminderen, in die zin dat werknemer zijn verzoek met betrekking tot de betaling van overuren en de daarmee samenhangende nevenverzoeken (wettelijke verhoging, wettelijke rente en specificaties) intrekt. Vervolgens is Infraway de gelegenheid geboden om daarop te reageren, maar dat heeft zij niet gedaan.
Oordeel
De kantonrechter blijft bij wat is overwogen en beslist in de tussenbeschikking. Dat brengt onder meer mee dat Infraway aan werknemer een transitievergoeding van € 3.011,58 bruto dient te voldoen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 september 2025. Daarnaast dient Infraway een passende bruto-nettospecificatie te verstrekken. De door werknemer gevraagde aanzegvergoeding en de nabetaling van minuren worden afgewezen. De proceskosten (inclusief nakosten) komen voor rekening van Infraway, met name omdat Infraway heeft nagelaten (tijdig) de wettelijke transitievergoeding aan werknemer te betalen.
