Naar boven ↑

Rechtspraak

Arbovitale B.V./werknemer
Rechtbank Gelderland (Locatie Nijmegen), 20 juli 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:5808
Een jarenlang als bedrijfsarts gepresenteerde basisarts verliest zijn baan – maar niet zijn transitievergoeding – nadat hij, ondanks expliciete instructie, de titel ‘(bedrijfs)arts’ bleef gebruiken en supervisievermeldingen uit rapportages schrapte.

Feiten

Arbovitale exploiteert een arbodienst. Werknemer, geboren in 1965, trad in 1998 in dienst bij de rechtsvoorganger van Arbovitale als arts voor arbeid en gezondheid. In 2000 startte hij met de opleiding tot bedrijfsarts, maar hij staakte deze opleiding in 2004 wegens privéomstandigheden en verkreeg daardoor nooit de formele registratie als bedrijfsarts. In 2012 kwam hij in het kader van een overgang van onderneming bij Arbovitale in dienst. In de arbeidsovereenkomst werd zijn functie desondanks aangeduid als bedrijfsarts. Arbovitale zette hem jarenlang bij opdrachtgevers in onder die benaming en verstrekte hem, althans via haar rechtsvoorganger, zelfs stempels waarop zijn naam met de titel ‘bedrijfsarts’ stond vermeld. In maart 2025 bespraken partijen opnieuw de mogelijkheid dat werknemer de opleiding tot bedrijfsarts zou afronden. Uit een e-mail van de regiomanager bleek dat Arbovitale wist dat het eerdere opleidingstraject destijds voortijdig was gestopt. In oktober 2025 deelde Arbovitale aan werknemer mee dat hij als ANIOS zonder supervisor werkte en dat supervisie moest worden geregeld. Vervolgens werd X als supervisor aangesteld. Op 19 november 2025 maakte deze supervisor aan werknemer duidelijk dat hij de titel ‘(bedrijfs)arts’ niet mocht voeren, omdat die titel tot verwarring kon leiden. Werknemer volgde die instructie alleen bij de gemeente Amsterdam op. Bij andere opdrachtgevers bleef hij de titel ‘(bedrijfs)arts’ handmatig gebruiken en verwijderde hij uit rapportages de automatisch gegenereerde tekst waaruit bleek dat hij onder supervisie van een geregistreerde bedrijfsarts werkte. Arbovitale verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst onder meer wegens verwijtbaar handelen. Volgens Arbovitale presenteerde werknemer zich ten onrechte en stelselmatig als zelfstandig bevoegd bedrijfsarts en manipuleerde hij na een duidelijke instructie rapportages om de verplichte vermelding van supervisie te verwijderen. Werknemer voert verweer en verzoekt, voor het geval de arbeidsovereenkomst toch zou worden ontbonden, om toekenning van de transitievergoeding en een billijke vergoeding.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van verwijtbaar handelen dat ontbinding op de e-grond rechtvaardigt. Daarbij is van belang dat Arbovitale jarenlang wist, althans had moeten weten, dat werknemer de opleiding tot bedrijfsarts niet had voltooid. Als professionele arbodienst had Arbovitale zijn diploma’s en registraties moeten controleren. Bovendien heeft zij de onjuiste situatie zelf in stand gehouden door werknemer als bedrijfsarts aan te stellen, hem als zodanig bij opdrachtgevers in te zetten en hem stempels met die titel te verstrekken. Voor de periode vóór 19 november 2025 ontbrak daarom de vereiste kenbaarheid dat Arbovitale deze wijze van presenteren als ontoelaatbaar beschouwde. Dat veranderde echter door de duidelijke instructie van de supervisor op 19 november 2025. Vanaf dat moment moest werknemer begrijpen dat de eerdere praktijk was beëindigd en dat hij zich moest presenteren overeenkomstig zijn feitelijke status: basisarts werkzaam onder supervisie. Zijn beroep op de jarenlange gang van zaken of op een gestelde eerdere afspraak over het gebruik van de titel met haakjes faalt. Na de instructie had hij die handelwijze onvoorwaardelijk moeten staken. Doorslaggevend is dat werknemer daarna bewust en herhaaldelijk de titel ‘(bedrijfs)arts’ is blijven invoeren bij andere opdrachtgevers en de supervisietekst uit zijn rapportages heeft verwijderd. Daarmee verhulde hij voor patiënten en cliënten de wettelijk vereiste supervisiestructuur. De kantonrechter kwalificeert dit als een ethische en professionele grove misdraging die het noodzakelijke vertrouwen fundamenteel en onherstelbaar heeft beschadigd. Herplaatsing ligt daarom niet in de rede en de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 september 2026. De kantonrechter acht het handelen van werknemer wel verwijtbaar, maar niet ernstig verwijtbaar in de zin dat hij zijn transitievergoeding verliest. Daarbij weegt zwaar dat Arbovitale zelf jarenlang ernstig tekort is geschoten in haar controle- en toezichtverplichtingen en de onjuiste titelvoering actief heeft gefaciliteerd. Werknemer behoudt daarom recht op een transitievergoeding van € 92.109,88 bruto. Een billijke vergoeding wordt afgewezen, omdat de ontbinding niet het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van Arbovitale, maar van het eigen gedrag van werknemer nadat hij uitdrukkelijk op de regels was gewezen.