Naar boven ↑

Rechtspraak

Werknemers/werkgeefster
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Almere), 29 juni 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:4165
Werkgeefster laat zieke werknemers aan hun lot over en verzaakt re-integratieverplichtingen. Ontbindingsverzoek en verzoek om billijke vergoeding toegewezen.

Feiten

Werkneemsters A en B (hierna gezamenlijk: werkneemsters) zijn respectievelijk per 14 februari 2024 en per 1 november 2023 in dienst getreden bij werkgeefster in de functie van maatschappelijk werkster. Werkneemster A is ziek per 15 september 2025 en werkneemster B per 14 oktober 2025. Werkgeefster heeft het loon van werkneemsters sinds november 2025 niet meer betaald. Bij vonnis in kort geding van 11 februari 2026 is werkgeefster veroordeeld tot het betalen van het achterstallig loon van werkneemsters sinds november 2025. Aan dit vonnis heeft zij geen gehoor gegeven. Werkneemsters verzoeken ontbinding van hun arbeidsovereenkomsten met werkgeefster dan wel bestuurster, en verzoeken daarnaast een billijke vergoeding en transitievergoeding.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkgeefster en bestuurster zijn deugdelijk opgeroepen. In afwijking van het procesreglement behandelt de kantonrechter de zaak inhoudelijk zonder hen nog eens te laten oproepen. Na de ontvangst van het verzoekschrift hebben werkgeefster en bestuurster in maart 2026 via een gemachtigde gecommuniceerd met de gemachtigde van werkneemsters. Ook is de ontvangst van de aangetekend verzonden oproepingen aan werkgeefster en bestuurster vastgesteld. Zij zijn ook niet verschenen in een door werkneemsters begonnen kortgedingprocedure eerder dit jaar. Nu werkgeefster en bestuurster niet zijn verschenen zal worden uitgegaan van de feitelijke stellingen van werkneemsters, omdat deze niet zijn weersproken. Werkneemsters hebben hun verzoeken ingesteld tegen werkgeefster en bestuurster. De verzoeken gericht tegen bestuurster worden afgewezen omdat werkneemsters geen arbeidsovereenkomst met haar in privé hadden. De arbeidsovereenkomsten tussen werkneemsters en werkgeefster worden per direct ontbonden. Het betalen van loon is de kernverplichting van een werkgever, en het uitblijven hiervan kwalificeert als een dringende reden om ontslag te nemen. De wanbetaling heeft werkneemsters in financiële problemen gebracht. De stress die dit veroorzaakt, verhindert het herstel van werkneemsters. Werkgeefster heeft geen enkele uitvoering gegeven aan haar verplichting om zorg te dragen voor re-integratie van werkneemsters. Zij zijn niet ziekgemeld bij het UWV, er is geen bedrijfsarts of arbodienst ingeschakeld en er is geen plan van aanpak opgesteld. Daarmee heeft werkgeefster ernstig verwijtbaar gehandeld. De kantonrechter wijst de billijke vergoedingen toe aan werkneemsters. De kantonrechter stelt vast dat werkneemsters zijn uitgevallen vanwege werkgerelateerde omstandigheden en nog steeds ziek zijn, en dat werkgeefster hen aan hun lot heeft overgelaten. Deze houding heeft invloed op het voortduren van de ziekte van werkneemsters. Het feit dat werkgeefster, een maatschappelijke organisatie, de kans op re-integratie van werkneemsters ontneemt acht de kantonrechter bijzonder kwalijk. Werkneemsters hebben aannemelijk gemaakt dat zij zonder ontbinding van de arbeidsovereenkomst nog enige tijd voor werkgeefster zouden hebben gewerkt vanwege de stabiliteit die het vaste contract hun bood. Werkneemster A lijdt aan complexe problematiek waarvoor zij over enkele maanden pas kan beginnen met behandeling bij een gespecialiseerde GGZ, waarna er nog enige tijd nodig is voor zij arbeidsgeschikt is voor haar functie. Bij werkneemster B stagneert het herstel vanwege de financiële zorgen, en het is aannemelijk dat het oplossen daarvan bewerkstelligt dat zij voor het einde van haar eerste ziektejaar kan re-integreren. De kantonrechter kent aan werkneemster A een billijke vergoeding toe van € 35.027,61 bruto en aan werkneemster B € 36.998,63 bruto. Gelet op het ernstig verwijtbaar handelen van werkgeefster hebben werkneemsters ook recht op een transitievergoeding. Werkgeefster wordt in de proceskosten veroordeeld.