Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 4 juni 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:16646
Feiten
Werknemer is per 2018 in dienst getreden bij Gamepoint B.V. (hierna: Gamepoint). Tussen partijen is gesproken over het sluiten van een vaststellingsovereenkomst. Kort daarop volgend heeft werknemer zich ziekgemeld en is als gevolg van een reorganisatie zijn functie komen te vervallen. Het re-integratietraject dat mede vanuit mediation was geïnitieerd, verliep moeizaam. Zo ontving werknemer een waarschuwing voor het schreeuwen en verbaal agressief bejegenen van een HR-medewerkster. Na een langdurige periode van ziekteverzuim van werknemer heeft Gamepoint een ontslagaanvraag ingediend bij het UWV. Het UWV wees die aanvraag af, omdat de bedrijfsarts werknemer volledig belastbaar acht voor eigen werk. Gamepoint verzoekt daarop de arbeidsovereenkomst te ontbinden op de b-grond en subsidiair op de g-, h- en i-grond. Werknemer berust in ontbinding van de arbeidsovereenkomst, maar verzoekt de einddatum van het dienstverband te bepalen zonder aftrek van de proceduretijd. Daarnaast verzoekt werknemer een veroordeling van Gamepoint tot betaling van de transitievergoeding en een billijke vergoeding van € 225.000. Het ernstig verwijtbaar handelen is er volgens werknemer onder meer in gelegen dat Gamepoint op dringende wijze heeft aangestuurd op beëindiging van het dienstverband, re-integratieverplichtingen heeft geschonden, onzorgvuldig is omgegaan met medische gegevens, een herstelmelding en reguliere salarisbetaling heeft geweigerd én een op voorhand kansloze ontslagaanvraag heeft ingediend bij het UWV. Ook de daadwerkelijke proceskosten van € 27.891,72 wenst werknemer vergoed te krijgen. Voor het geval Gamepoint haar ontbindingsverzoek intrekt, heeft werknemer het voorwaardelijke tegenverzoek om de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van artikel 7:671c lid 1 BW, onder toekenning van al het voorgaande.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Partijen zijn het met elkaar eens dat de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden, in ieder geval omdat er sprake is van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. In het midden kan worden gelaten of de ontbinding daarnaast zou slagen op de primair door Gamepoint aangevoerde b-grond. De arbeidsovereenkomst wordt op de g-grond ontbonden zonder dat dit ernstig aan een van de partijen te wijten is. Zo is de kantonrechter van oordeel dat het weigeren van de hersteldmelding, onder de bijzondere omstandigheden van het geval, niet ernstig aan Gamepoint kan worden verweten. Gamepoint heeft zich naar aanleiding van een tegenstrijdig advies van de bedrijfsarts op het standpunt kunnen stellen dat het medisch onverantwoord zou zijn om werknemer tot het werk toe te laten. Werknemer heeft daarnaast geen deskundigenoordeel van het UWV overgelegd waaruit de schending van de re-integratieverplichtingen kan blijken. Verder heeft Gamepoint het opstarten van een mediationtraject niet op ontoelaatbare wijze afgehouden. Het opnieuw voorstellen van een vaststellingsovereenkomst is evenmin ernstig verwijtbaar, ook onder de omstandigheid dat reeds mediation was geadviseerd door de bedrijfsarts. De einddatum van het dienstverband wordt vastgesteld met inachtneming van de opzegtermijn en onder aftrek van de proceduretijd. Gamepoint is geen billijke vergoeding verschuldigd, omdat zij niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Het verzoek om werknemer te ontheffen van het relatie- en concurrentiebeding wordt om diezelfde reden afgewezen. Wel is Gamepoint aan werknemer een transitievergoeding verschuldigd. De proceskosten worden gecompenseerd.
