Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 1 juni 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:3463
Feiten
Werkneemster is sinds 2007 in dienst bij D-Reizen Retail B.V. (hierna: ‘D-Reizen). In juni en juli 2024 hebben werkneemster en haar echtgenoot een rondreis door de VS willen maken. Werkneemster heeft daarvoor via D-Reizen geboekt. Kort na aankomst in de VS is werkneemster ernstig ziek opgenomen in een ziekenhuis. Werkneemster en haar echtgenoot hebben de reis daarvoor moeten afbreken en aanspraak gemaakt op uitkeringen onder de reis- en annuleringsverzekering die zij bij Allianz hadden afgesloten. Op 2 september 2024 heeft werkneemster in het boekingssysteem van D-Reizen een overzicht gemaakt en bij Allianz ingediend. Daarna heeft werkneemster dat dossier in het systeem van D-Reizen geannuleerd. Op 19 juni 2025 werd werkneemster uitgenodigd voor een op 23 juni 2025 te houden gesprek in het hoofdkantoor. In dat gesprek met de financieel directeur en de bedrijfsjurist van D-Reizen werd zij geconfronteerd met een aantal bevindingen van D-Reizen over mogelijk oneigenlijk gebruik van het interne boekingssysteem. In drie gevallen had werkneemster boekingen gemaakt ten behoeve van de vennootschap van haar echtgenoot, waarvoor door die vennootschap was betaald. Die boekingen zijn vervolgens geannuleerd waarna het betaalde bedrag niet is terugbetaald aan de vennootschap maar aan de echtgenoot van werkneemster privé. In de brief waarmee D-Reizen het gesprek van die dag bevestigde, heeft D-Reizen ook melding gemaakt van nog drie andere dossiers waarover zij vragen had, waaronder het ingetrokken dossier van 2 september 2024. Op 7 juli 2025 is werkneemster door D-Reizen op staande voet ontslagen. De kantonrechter oordeelde dat de gestelde verzekeringsfraude met misbruik van de systemen van D-Reizen niet ernstig genoeg was voor ontslag op staande voet en dat het ontslag in verband met de restitutie voor de geannuleerde zakelijke boekingen niet onverwijld is gegeven.
Oordeel
Onverwijldheid
Het hof oordeelt als volgt. D-Reizen komt terecht op tegen het oordeel van de kantonrechter dat het ontslag ten aanzien van de restitutiekwestie niet onverwijld is gegeven. Tijdens het onderzoek daarnaar kwam de kwestie-Allianz naar voren en ten aanzien van het samenstel van deze aan het ontslag ten grondslag gelegde redenen heeft D- Reizen voldoende voortvarend onderzoek verricht, waarbij geen andere opvallende boekingen zijn gevonden en waarna ook voldoende voortvarend is overgegaan tot ontslag.
Dringende reden
Het hof oordeelt als volgt. In dit geval is sprake van een samengestelde dringende reden. Met betrekking tot de restitutiekwestie is het verwijt van D-Reizen aan werkneemster dat zij na annulering van zakelijke boekingen ten behoeve van de vennootschap van haar echtgenoot de door het bedrijf betaalde kosten heeft laten terugstorten op de privérekening van haar echtgenoot. Tijdens de mondelinge behandeling bij het hof is besproken dat het Handboek, waarnaar D-Reizen voor de werkwijze verwijst, op het punt van zakelijke klanten omstreeks 2018 is aangepast. D-Reizen heeft niet kunnen onderbouwen dat werkneemster hierover destijds is geïnformeerd en/of dat aan dit punt ook nadien actief aandacht is besteed. D-Reizen heeft alleen gewezen op het bestaan van het Handboek als bron voor de te hanteren werkwijze. Daarmee is onvoldoende duidelijk geworden dat werkneemster op de hoogte was van de verlangde werkwijze bij zakelijke klanten en dat haar kan worden verweten dat zij anders handelde. De restitutiekwestie vormt daarmee geen dringende reden voor ontslag op staande voet. Het hof oordeelt dat werkneemster niet goed heeft gehandeld door het overzicht van alle boekingen samen te brengen in één document dat bij een argeloze lezer de schijn kan wekken dat D-Reizen bemiddeld heeft bij alle daarop voorkomende boekingen. Dat werkneemster ook de bedoeling had om met behulp van dit document verzekeringsfraude te plegen is echter onvoldoende aannemelijk in het licht van de eerdere correspondentie met Allianz. Het hof betrekt bij de beoordeling van de handelwijze van werkneemster haar medische situatie van destijds. Daarbij kwam nog de onduidelijkheid over de afhandeling van de in de VS gemaakte ziektekosten, waarvoor werkneemster zeer hoge rekeningen kreeg. Het is goed voorstelbaar dat werkneemster in die omstandigheden minder doordracht heeft gehandeld. Ontslag op staande voet is een te zware sanctie voor wat in de kwestie-Allianz is gebeurd. Dat laatste geldt ook voor de twee kwesties in onderlinge samenhang beschouwd. Het ontslag op staande voet is ten onrechte verleend. Aan werkneemster komt een billijke vergoeding toe.
