Rechtspraak
Feiten
Werknemer is per 1 september 2018 in dienst getreden bij werkgeefster in de functie van persoonlijk begeleider. Werknemer wordt al bijna twee jaar niet meer ingeroosterd en ontvangt sinds augustus 2025 geen salaris meer. Werknemer verzoekt de arbeidsovereenkomst met werkgeefster te ontbinden. Deze situatie is ontstaan nadat werknemer aangaf dat zijn verzekering geen dekking biedt wanneer hij ook werkzaamheden uitvoert met zijn privéauto, waarbij hij cliënten van werkgeefster moet vervoeren. Werkgeefster weigerde om hiervoor een verzekering af te sluiten en heeft werknemer daarna niet meer ingeroosterd. Verder heeft werkgeefster in 2019 geen eindejaarsuitkering en eenmalige toeslagen betaald. Werkgeefster is in een kortgedingvonnis van 25 oktober 2023 veroordeeld tot het betalen van achterstallig salaris en het overleggen van salarisstroken en jaaropgaven. Werkgeefster heeft niet aan dit vonnis voldaan. Vanaf augustus 2025 betaalt werkgeefster helemaal geen salaris meer. Werkgeefster heeft geen verweer gevoerd. Daarom gaat de kantonrechter uit van de juistheid van de stellingen van werknemer. Als de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbindt, wil werknemer de transitievergoeding omdat werkgeefster ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Werkgeefster heeft niet gereageerd op het verzoek.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. De kantonrechter is van oordeel dat werkgeefster werknemer heeft laten bungelen, door hem niet te werk te stellen, niet te voldoen aan het kortgedingvonnis en vanaf augustus 2025 de loonbetaling zonder opgaaf van redenen stop te zetten en niets meer van zich laten horen. Werkgeefster heeft hiermee ernstig verwijtbaar gehandeld. Er is sprake van omstandigheden die ervoor zorgen dat de arbeidsovereenkomst op korte termijn moet eindigen. De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst dan ook per 1 juni 2026 ontbinden. Werknemer heeft recht op een transitievergoeding omdat aan alle wettelijke voorwaarden is voldaan en er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van werkgeefster. Werkgeefster wordt in de proceskosten veroordeeld.
