Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 8 mei 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:5770
Feiten
Werknemer is in dienst geweest van Stichting Maasstad Ziekenhuis (hierna: MSZ) als Vakman Techniek N4. MSZ heeft werknemer op 10 mei 2024 op staande voet ontslagen in verband met een verdenking van het (mede)plegen van diefstal en/of verduistering. Partijen hebben daarna overleg met elkaar gevoerd, waarna het gegeven ontslag op staande voet door MSZ is ingetrokken en de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden is beëindigd per 1 oktober 2024. Partijen hebben hun afspraken neergelegd in een vaststellingsovereenkomst. Daarin is onder meer opgenomen dat MSZ het loon van werknemer zal doorbetalen tot 1 oktober 2024. MSZ heeft tot die datum niet het volledige nettosalaris uitbetaald. Zij heeft daarmee in totaal € 13.458,01 netto verrekend. Werknemer eist in deze procedure betaling van te weinig uitbetaald salaris. Volgens MSZ hoeft zij niets meer aan werknemer te betalen; zij stelt zich op het standpunt dat vaststaat dat werknemer onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld en dat zij daardoor schade heeft geleden. In dat kader maakt MSZ aanspraak op een schadebedrag van € 25.000. Dit bedrag heeft MSZ deels al verrekend met het salaris van werknemer. Voor zover de schade nog niet is verrekend, eist MSZ in reconventie om werknemer te veroordelen de schade tot een bedrag van € 25.000 aan haar te betalen.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt.
Werknemer heeft onrechtmatig gehandeld
Vast staat dat werknemer in de nacht van 1 mei 2024 goederen heeft meegenomen uit MSZ. Dit is vastgelegd op camerabeelden die ook zijn beoordeeld door Hoffmann Bedrijfsrecherche. Werknemer heeft twee (nieuwe) mengkranen, een glijstang en een bouwlamp, die aan MSZ toebehoorden, meegenomen. Het verweer van werknemer wordt gepasseerd en geoordeeld wordt dat sprake is (geweest) van verduistering. Dit is onrechtmatig. Ook staat vast dat werknemer goederen heeft besteld op naam en voor rekening van MSZ, terwijl die niet voor MSZ zijn gebruikt. Voorts heeft werknemer de dienstauto voor privédoeleinden gebruikt. Dit is in strijd met het Beleid Wagenparkbeheer van MSZ en daarmee onrechtmatig. Tot slot is komen vast te staan dat werknemer een frietkar bij hem thuis heeft laten komen, terwijl hij de kosten daarvoor bij MSZ in rekening heeft gebracht. MSZ heeft door voornoemd onrechtmatig handelen van werknemer schade geleden.
Verrekening schadevergoeding
De door MSZ gevraagde verklaring voor recht dat zij door toedoen van werknemer schade heeft geleden voor een totaalbedrag van € 25.000 wordt toegewezen. MSZ mocht de schade met het salaris van werknemer verrekenen. Werknemer heeft daarom geen aanspraak meer op betaling van enig bedrag aan achterstallig salaris; zijn loonvordering wordt afgewezen. Omdat MSZ reeds € 13.458,01 netto heeft verrekend (en dat mocht), wordt een bedrag van € 11.541,99 toegewezen dat werknemer nog aan MSZ moet betalen.
