Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Bergen op Zoom), 12 mei 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:4465
Eenmalige emotionele uitbarsting van werknemer tegen vennoot werkgever (‘Vuil kutwijf, zoek het maar uit’) levert onvoldoende grond op voor ontslag op staande voet. Minder verstrekkende maatregel was passend geweest. Werknemer maakt terecht aanspraak op vergoedingen.

Feiten

Werknemer is op 1 juli 2018 in dienst getreden van een cafetaria (hierna: werkgeefster) in de functie van medewerker Fastservice. Op vrijdag 14 november 2025 heeft er een incident plaatsgevonden tussen werknemer en een van de vennoten. Bij brief van maandag 17 november 2025 is werknemer op staande voet ontslagen, omdat hij de vennoot in het bijzijn van collega’s zeer grof heeft uitgescholden en ernstig heeft beledigd, onder meer door te zeggen: ‘Vuil kutwijf, zoek het maar uit, ik ben weg, zoek het maar uit vanavond!’ Werknemer berust in het ontslag, maar verzoekt een verklaring voor recht dat het gegeven ontslag niet rechtsgeldig is en toekenning van vergoedingen.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Niet is gebleken dat werknemer tot het incident op 14 november 2025 niet goed zou functioneren en dat er eerdere incidenten zouden hebben plaatsgevonden. Hiervan blijkt niet uit de brief van 17 november 2025. Het betrof kennelijk een eenmalige emotionele uitbarsting van werknemer. Op 14 november 2025 is er een woordenwisseling ontstaan tussen werknemer en de vennoot, waarbij aan beide kanten de emoties hoog opliepen. In plaats van een rustmoment te creëren heeft werkgeefster direct aangegeven de arbeidsovereenkomst te willen beëindigen. In dit geval had een minder verstrekkende maatregel zoals het geven van een officiële waarschuwing meer op de weg gelegen, zeker nu het dienstverband al ruim zeven jaar duurde en een dergelijk incident niet eerder had plaatsgevonden. Het ontslag op staande voet is dan ook niet rechtsgeldig gegeven. De verzochte verklaring voor recht wordt toegewezen. Werknemer heeft recht op een gefixeerde schadevergoeding (€ 2.998,90 bruto), een billijke vergoeding van € 2.998,90 bruto (twee maandsalarissen) en de transitievergoeding van € 4.214,57 bruto.