Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgeefster/werknemer
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 15 mei 2026
ECLI:NL:RBLIM:2026:4733
Arbeidsovereenkomst Risk Manager ontbonden (g-grond), na zeer ernstige beschuldigingen van werknemer aan adres werkgeefster. Ontslagbescherming klokkenluider niet aan de orde; causaal verband tussen e-mails werknemer en ontslagvoornemen ontbreekt.

Feiten

Werknemer is vanaf 1 augustus 2021 in dienst van werkgeefster, een Nederlands investeringsfonds. Werknemer bekleedde laatstelijk de functie van 'Riskmanager' voor 20 uur per week. Op 11 februari 2025 heeft werkgeefster aan werknemer medegedeeld dat zij de arbeidsovereenkomst met hem wilde beëindigen. In april 2025 hebben intakegesprekken met een mediator plaatsgevonden. In de periode van 5 tot en met 14 mei 2025 heeft werknemer meerdere e-mails verzonden aan een van de twee directieleden. In die e-mails doet werknemer melding van onregelmatigheden waarbij het andere directielid betrokken zou zijn. Op 14 mei 2025 vond de eerste mediationsessie plaats. Deze is dezelfde dag mislukt verklaard en beëindigd. Werkgeefster heeft werknemer op 14 mei 2025 vrijgesteld van werk. Op 15 mei 2025 heeft werknemer zich ziekgemeld. Werkgeefster verzoekt de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden op de g-, d-, h- dan wel i-grond.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt.

Opzegverbod ex artikel 17 Wet bescherming klokkenluiders (Wbk)

Werknemer stelt zich allereerst op het standpunt dat hij moet worden aangemerkt als klokkenluider en om die reden ontslagbescherming geniet. De kantonrechter overweegt in dit kader dat een werknemer wordt beschermd door de Wbk als hij een melding doet van een misstand en als gevolg daarvan benadeeld wordt, bijvoorbeeld door ontslag. Er moet dus sprake zijn van een causaal verband. De e-mails van mei 2025 dateren van na de mededeling dat werkgeefster afscheid wil nemen van werknemer en kunnen dus niet de grond zijn geweest om werknemer te willen ontslaan. Een causaal verband tussen deze e-mails en het ontslagvoornemen ontbreekt. De Wbk staat aan ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet in de weg.

Verstoorde arbeidsverhouding

De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van een voldragen g-grond en licht dat als volgt toe. Vanaf 2022 bestaat er frictie tussen werknemer en de directie. Werknemer zendt te veel, luistert niet goed en zijn ‘challenges’ zijn talrijk en niet altijd goed getimed. Nadat werkgeefster het besluit tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst aan werknemer had medegedeeld, zond werknemer plotsklaps een zevental e-mails aan een van de twee directieleden in diens functie van Compliance officer. In deze e-mails doet werknemer melding van kwesties die hij heeft aangetroffen. Zo zou er bij werkgeefster sprake zijn van belangenverstrengeling, het misleiden van participanten, het overtreden van financiële wet- en regelgeving en onjuist rapporteren in jaarverslagen. Tevens stelt werknemer dat de directeur zich schuldig maakt aan belangenverstrengeling, het plegen van strafbare feiten ten aanzien van werknemer (afpersing) en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Mocht er nog twijfel hebben bestaan of de arbeidsverhouding wel duurzaam was verstoord, en of werkgeefster voldoende had gedaan om de verhouding werkbaar te maken, dan is die twijfel bij de kantonrechter in ieder geval verdwenen na voornoemde voorvallen. Na de zeer ernstige beschuldigingen aan het adres van werkgeefster, haar directeur en meerdere personeelsleden is het niet meer voorstelbaar dat de verhouding nog ten goede te keren zou zijn. Daarbij is het niet eens van belang of de beschuldigingen op waarheid berusten of niet. Overigens heeft werkgeefster de beschuldigingen wel voorgelegd aan een externe compliancedeskundige en volgens diens rapport snijden de beschuldigingen geen hout. Herplaatsing is niet aan de orde. Ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de g-grond volgt. De kantonrechter ziet geen aanleiding om aan werknemer een billijke vergoeding toe te kennen.