Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 28 mei 2026
ECLI:NL:RBOBR:2026:3497
Feiten
Werkgeefster is opgericht op 13 januari 1976. Aanvankelijk bestonden haar activiteiten uit schoonmaakwerkzaamheden. Uit dien hoofde werd dan ook deelgenomen aan Bpf Schoonmaak. Bpf Schoonmaak kent vanaf 30 december 1968 een verplichtstelling. In de loop der jaren zijn de activiteiten van werkgeefster enigszins gewijzigd, in die zin dat er minder schoonmaakwerkzaamheden worden verricht en zij zich hoofdzakelijk richt op ‘technisch dienstverlenend onderhoud’. Werkgeefster is steeds aangesloten gebleven bij het Bpf Schoonmaak. Omdat er gezien de gewijzigde bedrijfsactiviteiten op enig moment geen verplichte aansluiting meer gold is deze ‘overgegaan’ in een vrijwillige aansluiting. Werkgeefster is naar eigen zeggen alweer decennialang vrijwillig aangesloten. Op 23 maart 2022 heeft werkgeefster voor het laatst een nieuwe uitvoeringsovereenkomst gesloten met Bpf Schoonmaak inzake de vrijwillige aansluiting. Werkgeefster volgde in het verleden de cao voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf (hierna: de cao Schoonmaak). Inmiddels hanteert werkgeefster een eigen arbeidsvoorwaarden cao (met betere arbeidsvoorwaarden dan de cao Schoonmaak). In de uitvoeringsovereenkomst is expliciet opgenomen dat werkgeefster de cao Schoonmaak niet toepast. De cao Schoonmaak is op 11 juni 2022, dus na het sluiten van de laatste uitvoeringsovereenkomst, algemeen verbindend verklaard. Werkgeefster draagt jaarlijks premies af aan de Stichting Raad voor Arbeidsverhoudingen Schoonmaak- en Glazenwassersbranche (RAS), die als sociaal fonds de regelingen uit de cao Schoonmaak uitvoert. Werkgeefster heeft voor twee van haar werknemers deelname aan de Generatiepactregeling, zoals opgenomen in artikel 47a van de cao Schoonmaak, aangevraagd (eerder stoppen met werken in verband met zwaar werk) nadat RAS deze werknemers had uitgenodigd deel te nemen aan de Generatiepactregeling. Deze aanvragen zijn door RAS afgewezen op 29 december 2022, omdat het volgens haar niet passend is één bepaling van de cao toe te passen, terwijl in de uitvoeringsovereenkomst van 23 maart 2022 is aangegeven dat de cao Schoonmaak niet gevolgd wordt. Het geschil dat voorligt betreft de vraag of werkgeefster aanspraak kan maken op toepassing van de cao-regelingen, waaronder de Generatiepactregeling.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkgeefster heeft erop gewezen dat zij gedurende alle jaren premies heeft betaald en afgedragen aan RAS. RAS heeft daartoe facturen verstuurd en de premies geïncasseerd. Niet alleen in de tijd dat er nog sprake was van een verplichte aansluiting, maar ook daarna, toen eiseres vrijwillig was aangesloten. Er is geen onderbreking geweest. RAS heeft volgens werkgeefster dan ook minimaal de schijn gewekt dat zij en haar werknemers wél aanspraak kunnen doen gelden op en gebruik kunnen maken van de faciliteiten zoals de Generatiepactregeling, zoals die door RAS worden uitgevoerd en aangeboden. RAS heeft nooit en te nimmer aangegeven dat werkgeefster en haar werknemers op enig moment ten tijde van de vrijwillige aansluiting geen gebruik meer konden maken van de regelingen, waaronder de Generatiepactregeling. Werkgeefster mocht er volgens haar dan ook gerechtvaardigd op vertrouwen dat de relatie met RAS is voortgezet op gelijke wijze en dat haar aanspraak op de cao-faciliteiten, zoals de Generatiepactregeling, zoals die door RAS worden uitgevoerd en aangeboden, altijd gewoon is blijven bestaan en is voortgezet. De kantonrechter oordeelt het beroep van werkgeefster op gerechtvaardigd vertrouwen gegrond. Als niet althans onvoldoende weersproken staat immers vast dat (1) werkgeefster sinds jaar en dag aangesloten is bij Bpf Schoonmaak, voorheen op basis van een verplichte aansluiting, waarbij wel een automatisch recht op cao-uitkeringen bestaat, en later op basis van een vrijwillige aansluiting, waarbij geen automatisch recht op cao-uitkering bestaat, maar waarbij (2) RAS al die jaren zonder onderbreking premies in rekening heeft gebracht en heeft geïncasseerd voor cao-regelingen, zonder aan werkgeefster mede te delen dat er geen cao-aanspraken meer waren, nu er sprake was van een vrijwillige aansluiting, en (3) RAS de werknemers van werkgeefster (tot twee keer toe) zelf actief heeft benaderd met de uitnodiging om deel te nemen aan de Generatiepactregeling. Hiermee heeft RAS de schijn gewekt dat werkgeefster en haar werknemers aanspraak hadden op- en gebruik mochten maken van alle faciliteiten als uitgevoerd door RAS, meer in het bijzonder deelname aan de Generatiepactregeling, omdat werkgeefster hier jarenlang zonder onderbreking premie voor heeft betaald en nog steeds betaalt. Gelet op het vorenstaande mochten werkgeefster en haar werknemers er gerechtvaardigd op vertrouwen dat zij aanspraak hadden op en gebruik mochten maken van alle faciliteiten als uitgevoerd door RAS en waar werkgeefster premie voor heeft betaald en nog steeds betaalt, meer in het bijzonder deelname aan de Generatiepactregeling. De gevorderde verklaring voor recht wordt toegewezen.
