Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgeefster
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 8 januari 2026
ECLI:NL:GHSHE:2026:16
Het hof stelt werkneemster in de gelegenheid zich schriftelijk uit te laten over de omvang van de pensioenschade en houdt iedere verdere beslissing aan.

Feiten

Werkneemster is per 1 april 1991 in dienst getreden bij (de rechtsvoorganger van) werkgeefster in de functie van vertegenwoordigster. Een verzochte ontslagvergunning is door het UWV afgewezen. Werkgeefster heeft zich vervolgens nog steeds ingespannen voor beëindiging van het dienstverband. De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst vervolgens ontbonden op grond van een verstoorde arbeidsverhouding, waarbij aan werkneemster geen billijke vergoeding is toegekend. In hoger beroep verzoekt werkneemster een billijke vergoeding. In de tussenbeschikking heeft het hof werkneemster de gelegenheid gegeven nadere informatie in het geding te brengen met betrekking tot haar (verwachte) inkomsten uit uitkeringen en/of ander werk. Werkgeefster heeft het hof verzocht terug te komen op de beslissing dat het voldoende aannemelijk is gemaakt dat werkneemster zonder het ernstig verwijtbaar handelen van werkgeefster tot haar pensioengerechtigde leeftijd in dienst zou zijn gebleven.

Oordeel

Het hof oordeelt als volgt. Het hof wijst het verzoek om terug te komen op de beslissing over de aannemelijkheid van een voortzetting van het dienstverband van werkneemster af. Het betreft een eindbeslissing waarop in dezelfde instantie niet kan worden teruggekomen. Uitzondering hierop zijn bijzondere omstandigheden die het onaanvaardbaar zouden maken dat de rechter aan deze beslissing gebonden zou zijn. Daarvan is hier geen sprake. Het vorenstaande geldt niet voor het verzoek over de pensioenschade. In eerste aanleg heeft werkgeefster tijdens de mondelinge behandeling gevraagd om een nadere aktewisseling hierover in het geval de kantonrechter zou toekomen aan het bepalen van de pensioenschade. Dit is niet het geval geweest zodat het debat hierover nog niet geheel was afgerond. Het hof zal het nadere verweer van werkgeefster op dit punt beoordelen nadat werkneemster de mogelijkheid heeft gehad om op de ter onderbouwing van dit verweer overgelegde productie te reageren. Er is eerst sprake van eigen schuld indien de beëindiging tevens een gevolg is van een omstandigheid die aan werkneemster kan worden toegerekend. Werkneemster moet zich dan onder de gegeven omstandigheden anders hebben gedragen dan een redelijk mens onder die omstandigheden zou doen. Hiervan is, naar het oordeel van het hof, geen sprake. Zoals het hof heeft overwogen dienen de gedragingen van werkneemster te worden beoordeeld in de context van hetgeen zich daaraan voorafgaand heeft voorgedaan en is de beëindiging van het dienstverband met haar een gevolg van het ernstig verwijtbaar handelen van werkgeefster. Werkgeefster stelt voorts dat werkneemster haar schadebeperkingsverplichting heeft overtreden, stellende dat zij de functie van BDM Private Clinics had moeten accepteren zodat zij nog steeds in dienst van werkgeefster zou zijn geweest. Het hof passeert ook dit verweer. Zoals het hof in de tussenbeschikking heeft overwogen, was er voor werkneemster voldoende reden om te twijfelen aan de toekomstbestendigheid van de aangeboden, nieuw gecreëerde functie. Een baangarantie wilde werkgeefster ook niet geven. Het volledige bedrag aan ontvangen en te ontvangen uitkeringen wordt bij de berekening van de billijke vergoeding betrokken. Het hof acht het niet aannemelijk dat werkneemster, na eventueel herstel, nog ander werk zal vinden, gelet op haar leeftijd en eenzijdig arbeidsverleden. Bij de beoordeling van de gederfde inkomsten neemt het hof een jaarlijkse loonstijging op basis van de gemiddelde loonstijging tussen 2020 en 2023 mee. Werkneemster wordt in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de pensioenschade.