Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgeefster
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 26 maart 2026
ECLI:NL:GHSHE:2026:834
Het hof kent werkneemster een billijke vergoeding van ca. € 778.000 toe in verband met ernstig verwijtbaar handelen werkgeefster. Werkgeefster heeft aangestuurd op het einde van het dienstverband.

Feiten

Werkneemster is per 1 april 1991 in dienst getreden bij (de rechtsvoorganger van) werkgeefster in de functie van vertegenwoordigster. Een verzochte ontslagvergunning is door het UWV afgewezen. Werkgeefster heeft zich vervolgens nog steeds ingespannen voor beëindiging van het dienstverband. De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst vervolgens ontbonden op grond van een verstoorde arbeidsverhouding, waarbij aan werkneemster geen billijke vergoeding is toegekend. In hoger beroep verzoekt werkneemster een billijke vergoeding. In de tussenbeschikking heeft het hof werkneemster de gelegenheid gegeven te reageren. Werkneemster heeft een nadere akte in het geding gebracht. Werkneemster heeft een bedrag aan pensioenschadevergoeding van bijna € 290.00 gevorderd. De berekening van de pensioenadviseur komt neer op een bedrag van bijna € 270.000.  Werkgeefster stelt dat in het door haar pensioenadviseur berekende scenario dat werkneemster tot haar pensioendatum werkloosheid blijft, de schade maximaal ca. € 181.000 bedraagt. Werkneemster zou ten onrechte een berekening hebben ingebrachte waarbij een na-indexatie van 2% wordt verondersteld waardoor met name de pensioenschade te hoog is berekend. Werkneemster erkent dat dit het belangrijkste verschil verklaart.

Oordeel

Het hof oordeelt als volgt. Het hof begroot de pensioenschade op een bedrag van ca. € 181.000, nu niet althans onvoldoende onderbouwd is dat er daadwerkelijk een na-indexatie van 2% zal gaan plaatsvinden. Hoe de Belastingdienst hiermee omgaat, is naar het oordeel van het hof voor de beoordeling van de voorliggende vraag over de hoogte van de pensioenschade niet relevant. De door werkneemster verzochte verklaring voor recht dat werkgeefster zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig verwijtbaar handelen of nalaten wordt toegewezen. Ook wijst het hof een billijke vergoeding toe. Het hof komt, rekening houdende met het inkomen dat werkneemster zou hebben ontvangen tot haar pensioengerechtigde leeftijd (ca. € 830.000, vermeerderd met ca. € 181.000 aan pensioenschade minus de genoten uitkeringen ter hoogte van ca. € 105.000 en de transitievergoeding van € 127.000 tot een billijke vergoeding van ca. € 780.000. Werkgeefster wordt in de proceskosten veroordeeld.