Naar boven ↑

Rechtspraak

Partijen CAO en Pensioenfonds Metalelektro/Smart Photonics B.V.
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie Eindhoven), 4 juni 2026
ECLI:NL:RBOBR:2026:3714
Smart Photonics B.V. valt niet onder de werkingssfeer van de cao’s Metalelektro en het verplichtstellingsbesluit tot deelneming in PME, er is niet voldaan aan het hoofdzakelijkheidscriterium. De activiteiten van Smart zijn gericht op onderzoek en ontwikkeling.

Feiten

ROM is het orgaan voor overleg van de sociale partners in de Metalelektro. ROM en andere cao- en pensioenpartijen uit de metalelektro (hierna: ROM c.s.) stelt dat Smart vanaf 1 januari 2021 onder de werkingssfeer van de Metalektro-cao’s en de verplichte deelname aan PME valt. Aanleiding daarvoor is een verruiming van de werkingssfeer, waardoor ook het ontwerpen, ontwikkelen en vervaardigen van elektronische producten ongeacht het gebruikte materiaal onder de sector kan vallen. Smart ontwikkelt fotonische chips en werkte jarenlang voornamelijk aan onderzoek en ontwikkeling. Sinds 2017 hebben partijen overleg gevoerd over de vraag of de onderneming onder de Metalektro valt. Volgens ROM c.s.  blijkt uit later verstrekte informatie dat Smart vanaf 2021 bezig was met het opschalen van productie, het opzetten van productiefaciliteiten en de voorbereiding van commerciële fabricage. Daarom meent ROM c.s. dat de onderneming vanaf dat moment onder de cao’s en PME valt. Smart bestrijdt dit en stelde als eventuele aansluitdatum eerst 2026 en later 2027 voor. Nadat partijen hierover geen overeenstemming bereikten, heeft ROM c.s. een procedure gestart waarin zij aansluiting met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2021 vordert. ROM c.s. vordert een verklaring voor recht dat Smart vanaf het moment dat de verduidelijking ‘ongeacht de aard van de werkzaamheden’ in de afzonderlijke cao’s is opgenomen onder de algemeen verbindend verklaarde cao’s in de Metalelektro valt en, onder meer, een veroordeling van Smart tot naleving van de cao’s.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. De werkingssfeerbepalingen vallen uiteen in een kwalitatief en kwantitatief criterium. Partijen hebben dit onderscheid gemaakt en op basis daarvan hun stellingen betrokken. Naar het oordeel van de kantonrechter komt het neer op de vraag of Smart nog steeds een ontwikkelbedrijf is, of inmiddels moet worden aangemerkt als een productiebedrijf, waarbij het deel van de werknemers dat binnen een onderneming bedrijfstakwerkzaamheden vervult groter moet zijn dan het deel van de werknemers dat werkzaamheden verricht die niet onder de bedrijfstak Metalektro vallen. De stelling van ROM c.s. dat Smart vanaf in ieder geval 2021 niet meer als enige activiteit het ontwerpen en ontwikkelen van PIC’s heeft, enkel omdat zij PIC’s vervaardigt/produceert/maakt, wordt door de kantonrechter verworpen. Smart heeft voldoende onderbouwd dat het omgekeerde het geval is, namelijk dat voor zover er geproduceerd wordt, dat geschiedt ten behoeve van onderzoek en ten dienste van de ontwikkeling van PIC’s. Dit ontwikkelingsproces duurt (veel) langer dan verwacht en heeft een grillig verloop, zoals Smart heeft toegelicht tijdens de mondelinge behandeling, maar dit neemt niet weg dat ROM c.s. niet heeft aangetoond dat Smart Photononics “fotonische chips vervaardigt en op de markt brengt”, zoals zij heeft gesteld. Het lange tijdsverloop doet daaraan niet af. Smart heeft voldoende aangetoond dat de investeerders/(potentiële) klanten van de thans geproduceerde fotonische chips slechts een bijdrage leveren aan het onderzoek en de ontwikkeling van PIC’s die niet bedrijfsklaar zijn. Al het vorenstaande leidt tot de slotsom dat de activiteiten van Smart zijn gericht op onderzoek en ontwikkeling. Dit betekent dat Smart niet onder de werkingssfeer van de cao, respectievelijk de reikwijdte van het verplichtstellingsbesluit Metalektro valt, omdat niet is voldaan aan het (kwantitatieve) hoofdzakelijkheidscriterium. Daarmee liggen de vorderingen van ROM c.s. voor afwijzing gereed. De andere vraag die partijen verdeeld houdt, namelijk of Smart sowieso niet valt onder de werkingssfeer van de cao, respectievelijk de reikwijdte van het verplichtstellingsbesluit, omdat zij zich niet bezighoudt met het be- en/of verwerken van metaal, kan daarmee - als thans niet ter zake dienend - buiten beschouwing blijven. ROM c.s. wordt in de proceskosten veroordeeld.