Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 30 april 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:5186
Vernietiging ontslag op staande voet chauffeur. Als al sprake was van zodanig vaak te laat komen dat dit een ontslag op staande voet zou rechtvaardigen, heeft werknemer geen reƫle verbeterkans gekregen.

Feiten

Werknemer werkte sinds 6 januari 2025 bij werkgever als chauffeur. Hij is op 18 september 2025 op staande voet ontslagen. Werknemer verzoekt vernietiging van het ontslag op staande voet.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt.

Faillissement werkgever

Tussen het indienen van het verzoekschrift en de mondelinge behandeling is werkgever, op 24 maart 2026, failliet verklaard. Het faillissement brengt niet mee dat deze procedure (ambtshalve) is geschorst. Het verzoek als zodanig strekt immers niet tot voldoening van een verbintenis uit de boedel. Ter zitting heeft werknemer verklaard dat hij belang heeft bij een beslissing op zijn verzoek in verband met zijn uitkeringsrechten. Gelet hierop beslist de kantonrechter op het verzoek van werknemer.

Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig

De laatste dag dat werknemer feitelijk voor werkgever heeft gewerkt was op 12 september 2025. Op 18 september 2025 heeft werkgever via Whatsapp aan werknemer medegedeeld dat hij voorlopig geen werk voor hem heeft en dat dat betekent dat werknemer ontslagen is. Vervolgens heeft werkgever ruim een half uur later aan werknemer per e-mail twee officiële waarschuwingen gestuurd over te laat komen, gevolgd door een ontslagbrief. Uit deze gang van zaken blijkt dat werknemer (als er al sprake was van een zodanig vaak te laat komen dat dit een ontslag zou rechtvaardigen) geen reële verbeterkans heeft gekregen. Dat is wel de bedoeling van een officiële waarschuwing. Alleen al daarom is er geen sprake van een (subjectieve) dringende reden. Ook is er geen sprake geweest van een onverwijlde opzegging. Vernietiging van het ontslag op staande voet volgt.