Naar boven ↑

Rechtspraak

X/opdrachtnemers
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 30 april 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:5277
‘Zorgmaatjes’ zijn geen werknemers, maar opdrachtnemers: zij werken per opdracht, hebben veel autonomie en hebben geen recht op loon bij ziekte, vakantie of het ontbreken van werk.

Feiten

X biedt aanvullende mantelzorg aan thuiswonende ouderen en andere hulpbehoevenden. De werkzaamheden worden verricht door freelance mantelzorgers, aangeduid als ‘zorgmaatjes’. De betrokken zorgmaatjes verrichten sinds februari, maart respectievelijk april 2024 werkzaamheden voor X. Zij sluiten eerst een raamovereenkomst voor twaalf maanden en vervolgens per concrete cliënt of opdracht een afzonderlijke individuele opdrachtovereenkomst. Partijen zijn het erover eens dat hun rechtsverhouding is bedoeld als overeenkomst van opdracht en niet als arbeidsovereenkomst. Vanwege onzekerheid in de rechtspraak, recente rechtspraak van de Hoge Raad en aangekondigde wetgeving over schijnzelfstandigheid hebben zij gezamenlijk op grond van artikel 96 Rv de kantonrechter verzocht om een verklaring voor recht dat de overeenkomsten kwalificeren als overeenkomsten van opdracht. Partijen voeren gezamenlijk aan dat er geen arbeidsovereenkomst bestaat. X is niet verplicht opdrachten aan te bieden en de zorgmaatjes mogen opdrachten zonder nadelige gevolgen weigeren. Pas na aanvaarding van een concrete opdracht ontstaat een individuele opdrachtovereenkomst. De zorgmaatjes bepalen in overleg met de cliënt zelf welke werkzaamheden zij verrichten en wanneer zij dat doen. X geeft geen instructies over de uitvoering, maar kan hooguit het gewenste resultaat benoemen. De zorgmaatjes hoeven zich tussen opdrachten niet beschikbaar te houden, mogen voor anderen werken en zijn niet verplicht deel te nemen aan interne overleggen, trainingen of functioneringsgesprekken. Zij ontvangen geen bedrijfsmiddelen, behalve een identificatiebadge. De vergoeding bestaat uit een vast uurtarief per daadwerkelijk gewerkt uur, exclusief btw en eventueel vermeerderd met toeslagen. Urenregistratie, facturering en betaling verlopen via een app en Verloning.nl. Bij ziekte, vakantie of het ontbreken van werk bestaat geen recht op betaling en kosten worden in beginsel niet vergoed. Bij verhindering moet het zorgmaatje zelf voor vervanging zorgen, eventueel met hulp van X. Volgens partijen worden deze afspraken in de praktijk ook op deze wijze uitgevoerd.

Oordeel

Volgens de kantonrechter wijzen de afspraken en de uitvoering daarvan in hoofdzaak op een overeenkomst van opdracht. De werkzaamheden worden niet verricht binnen een vaste, doorlopende inzet voor X, maar steeds op basis van losse, tijdelijke opdrachten per cliënt. De raamovereenkomst verplicht X niet om werk aan te bieden en verplicht de zorgmaatjes niet om werk te aanvaarden. Dat past beter bij een flexibele opdrachtrelatie dan bij een arbeidsovereenkomst. Belangrijk is verder dat de zorgmaatjes een grote mate van autonomie hebben. Zij bepalen zelf of zij een opdracht accepteren, stemmen de inhoud en planning van de werkzaamheden rechtstreeks met de cliënt af en verrichten het werk zonder directe aansturing of toezicht van X. De rechter ziet in de verslaglegging via de app geen aanwijzing voor werkgeversgezag. Die registratie dient vooral de continuïteit van de zorg, de informatievoorziening aan familie en eventuele wettelijke of praktische rapportageverplichtingen. Ook de beperkte organisatorische inbedding weegt mee. De zorgmaatjes maken geen deel uit van een werknemersorganisatie, hoeven niet deel te nemen aan personeelsbijeenkomsten of functioneringsgesprekken en zijn niet onderworpen aan interne regels voor werknemers. Daarnaast mogen zij zich laten vervangen en mogen zij voor andere opdrachtgevers werken. Dat strookt niet goed met het uitgangspunt dat een werknemer de arbeid persoonlijk verricht binnen een gezagsverhouding. De wijze van beloning wijst evenmin doorslaggevend op werknemerschap. De zorgmaatjes ontvangen weliswaar een vast uurtarief, maar alleen voor daadwerkelijk gewerkte uren. Zij hebben geen recht op doorbetaling bij ziekte of vakantie, dragen in zoverre zelf financieel risico en kunnen desgewenst zelf voorzieningen treffen, zoals een verzekering. De hoogte van het tarief acht de kantonrechter op zichzelf niet beslissend. Alles bij elkaar komt de kantonrechter tot het oordeel dat de samenwerking meer lijkt op die tussen opdrachtgever en opdrachtnemer dan op die tussen werkgever en werknemer. De verklaringen voor recht worden daarom toegewezen.