Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 20 april 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:2334
Feiten
Op 1 juli 2011 is werknemer bij Alfa Laval Nijmegen B.V. (hierna: ‘ALN’) in dienst getreden. Op 28 oktober 2024 heeft ALN voor onder andere werknemer – naar aanleiding van een reorganisatie – een voorlopige ontslagaanvraag ingediend bij het UWV. Tijdens een update meeting met de gehele organisatie heeft werknemer zich openlijk kritisch uitgelaten. Hij is daarop in een gesprek op 5 november 2024 met de Head of Global Sales en de HR Business Partner aangesproken. Na dit gesprek zijn meerdere vacatures aan werknemer toegestuurd en is hem een voorstel gedaan om tot ondertekening van een vaststellingsovereenkomst te komen. In een e-mailbericht van 13 november 2024 heeft werknemer gereageerd op het afwijzen van het door hem gedane tegenvoorstel ter zake van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en schrijft hij onder meer: “PS. Mijn einddatum moet trouwens worden aangepast naar 1 januari 2025. Daarvoor zal Alfa Laval de aanvullende compensatie betalen. Ik ga namelijk niet nog een half jaar tegen jouw kop zitten aankijken en me ergeren aan de ellende die jij en je kornuiten hebben veroorzaakt.” Op 14 november 2024 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de managing director, de HR Business Partner en werknemer. Dat gesprek is geëscaleerd. Werknemer is door ALN per die datum op non-actief gesteld. Werknemer heeft zich per 15 november 2024 ziekgemeld. In een e-mailbericht van 15 november 2024 heeft werknemer zijn excuses aangeboden voor de zinnen waarmee hij de e-mail van 13 november 2024 heeft afgesloten. In een beslissing van het UWV van 7 februari 2025 is de toestemming voor het ontslag van werknemer op grond van artikel 7:671a BW geweigerd. ALN heeft een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ingediend. De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst ontbonden op de i-grond (combinatie e- en g-grond) met toekenning van de transitievergoeding en een cumulatievergoeding. Zowel werknemer als ALN heeft hoger beroep ingesteld van de bestreden beschikking.
Oordeel
Het hof oordeelt als volgt. Het hof is net als de kantonrechter van oordeel dat er sprake is van een voldragen i-grond. ALN heeft steken laten vallen in de reorganisatie en dat heeft kwaad bloed gezet bij werknemer maar hij heeft zich te zeer laten meeslepen in zijn onvrede en frustratie en heeft zich te fors geuit met een verstoorde verhouding tot gevolg. Bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van een redelijke grond, weegt het hof, net als de kantonrechter, mee dat werknemer ook zelf heeft verklaard de arbeidsovereenkomst niet meer te willen voortzetten. Het hof verwijst naar de motivering door de kantonrechter en neemt die over. In het geval dat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op de i-grond kan de rechter een cumulatievergoeding toekennen. ALN heeft bezwaar gemaakt tegen de door de kantonrechter aan werknemer toegekende cumulatievergoeding van 50%. Het bezwaar van ALN treft geen doel. De wijze waarop werknemer zich heeft gedragen dient ook te worden bezien tegen de achtergrond van de UWV-procedure: werknemer heeft zich daarin vastgebeten omdat hij ervan overtuigd was dat zijn functie niet was vervallen en daarin heeft hij (achteraf gezien) ook gelijk gekregen.
