Naar boven ↑

Rechtspraak

Gemeente Amsterdam/werknemer
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 10 januari 2024
ECLI:NL:RBAMS:2024:9026
Ontbinding arbeidsovereenkomst sportmakelaar/sociaal adviseur en gemeente na onherroepelijke veroordeling voor onder druk zetten van vrouwen en het aanbieden van cocaïne aan vrouwen uit de vechtsportwereld - privégedrag is niet verenigbaar met ambtelijke integriteit.

Feiten

Werknemer is sinds 1 april 2006 in dienst bij Gemeente Amsterdam en werkte sinds 1 maart 2022 als sportmakelaar/sociaal adviseur in stadsdeel Noord. Daarvoor was hij sportcoördinator vecht- en krachtsport. In de zomer van 2023 ontving de gemeente meldingen van vier vrouwen uit de vechtsportwereld, die verklaarden dat zij seksuele relaties met werknemer hadden gehad waarbij sprake was van mishandeling, manipulatie, het aanbieden van cocaïne en druk om seks met anderen te hebben. De gemeente legde deze meldingen voor aan de politie, waarna een strafrechtelijk onderzoek volgde. In het strafproces is werknemer op 24 mei 2023 veroordeeld voor dwang en voor overtreding van de Opiumwet, gepleegd in de periode van 2016 tot en met 2020. De strafrechter achtte bewezen dat hij twee kwetsbare vrouwen onder druk had gezet, hun grenzen had overschreden en cocaïne had verstrekt. Het vonnis werd onherroepelijk, omdat werknemer geen hoger beroep instelde. Na zijn vrijlating verzocht hij om wedertewerkstelling, maar de gemeente kondigde in augustus 2023 aan ontbinding van de arbeidsovereenkomst te zullen verzoeken en schorste hem in afwachting daarvan. De gemeente stelde dat sprake was van verwijtbaar handelen, subsidiair een verstoorde arbeidsverhouding en meer subsidiair de cumulatiegrond.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van een redelijke grond voor ontbinding wegens verwijtbaar handelen. Het strafvonnis heeft dwingende bewijskracht en werknemer heeft in deze procedure onvoldoende tegenbewijs geleverd. Daarom gaat de rechter ervan uit dat hij zich daadwerkelijk heeft schuldig gemaakt aan dwang en het verstrekken van cocaïne. Dat gedrag vond weliswaar plaats in de privésfeer, maar is volgens de rechter onverenigbaar met zijn positie als ambtenaar. Juist van een overheidsmedewerker mag worden verwacht dat hij de integriteit van het ambt niet schaadt. Daarbij weegt mee dat werknemer in zijn werk naar buiten trad als vertegenwoordiger van de gemeente, eerst binnen de vecht- en krachtsport en later als sportmakelaar, in een werkveld waarin respect voor lichamelijke integriteit essentieel is. De gemeente heeft daarom het vertrouwen in hem mogen verliezen. Herplaatsing ligt volgens de rechter niet in de rede. De rechter vindt echter niet dat het handelen van werknemer tegenover de gemeente ook ernstig verwijtbaar is. De strafbare feiten hielden geen direct verband met zijn werk, er is niet gebleken van concrete schade aan de reputatie van de gemeente, en niet kan worden aangenomen dat hij bewust de gemeente heeft willen schaden. Ook zijn lange en goed verlopen dienstverband weegt mee. Daarom moet bij de ontbinding rekening worden gehouden met de opzegtermijn en behoudt hij recht op een transitievergoeding. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 maart 2024 en de gemeente wordt veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding van € 34.332,55 bruto.