Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Koi Utrecht B.V.
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 1 april 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:1491
Koi Utrecht, die een werkneemster na herhaalde kritiek met de uitlating ‘Go out today’ wegstuurt, laat daarmee een ontslag op staande voet ontstaan dat niet rechtsgeldig is, zodat werkneemster recht heeft op vergoedingen.

Feiten

Werkneemster is op 18 juni 2025 in dienst getreden bij Koi Utrecht met een contract voor bepaalde tijd dat tot 23 december 2025 loopt. In de periode van 5 september 2025 tot 13 november 2025 heeft Koi Utrecht werkneemster vier keer mondeling aangesproken op haar werkhouding. Zij vonden dat werkneemster veel tijd op het toilet doorbracht, waardoor zij haar haar werkzaamheden niet volledig uitvoerde. In een gesprek op 30 oktober 2025 heeft Koi Utrecht werkneemster meegedeeld dat bij uitblijven van zichtbare verbetering van haar werkhouding voortzetting van de arbeidsovereenkomst onzeker zou zijn. Op 13 november 2025 heeft er weer een gesprek plaatsgevonden tussen Koi Utrecht en werkneemster. In dit gesprek heeft Koi Utrecht werkneemster meegedeeld dat zij geen verbetering had waargenomen. Volgens werkneemster heeft Koi Utrecht in het gesprek tegen haar gezegd: ‘Go out today’. Koi Utrecht stelt dat zij werkneemster een laatste waarschuwing heeft gegeven. Aan het eind van de werkdag heeft werkneemster in de groepschat aan collega’s laten weten dat zij vanwege klachten aan haar pols genoodzaakt was haar dienstverband te beëindigen.

Oordeel

Werkneemster mocht de uitlating ‘Go out today’ gelet op de achtergrond van het gesprek, de eerder door haar ontvangen kritiek over haar werkhouding en de inhoud van het gesprek op 30 oktober 2025, op die manier begrijpen dat zij de volgende dag niet meer welkom was bij Koi Utrecht en zodoende als een ontslag op staande voet. Als Koi Utrecht hiermee iets anders had bedoeld dan een ontslag op staande voet, had zij dit duidelijk(er) aan werkneemster moeten laten weten. Dat geldt temeer nu Koi Utrecht heeft verklaard dat de emoties tijdens het gesprek op 13 november 2025 hoog opliepen. Koi Utrecht heeft slechts gesteld dat de insteek van het gesprek een laatste waarschuwing was, maar zij heeft niet aangegeven wat er precies tussen partijen is besproken en waaruit werkneemster had kunnen afleiden dat zij geen ontslag kreeg maar een waarschuwing. Het verweer van Koi Utrecht dat werkneemster de arbeidsovereenkomst zelf heeft opgezegd slaagt niet. Een opzegging van een arbeidsovereenkomst kan voor een werknemer ernstige gevolgen hebben. Een werkgever mag daarom niet snel aannemen dat een verklaring van de werknemer gericht op beëindiging van de arbeidsovereenkomst in overeenstemming is met diens werkelijke wil. Een ontslag op staande voet moet voldoen aan verschillende vereisten. Daarvan is in dit geval geen sprake. Het enkele feit dat werkneemster op 13 november 2025 meerdere keren gebruik heeft gemaakt van het toilet levert geen dringende reden op. Niet gebleken is dat de frequentie van de toiletbezoeken onaanvaardbaar hoog was en/of dat dit gevolgen heeft gehad voor de werkzaamheden. Werkneemster heeft op de mondelinge behandeling overigens ook een goede verklaring gegeven voor de frequentie van haar toiletbezoeken. Het ontslag op staande voet is dus niet rechtsgeldig. Nu werkneemster op de mondelinge behandeling heeft verklaard dat zij op 7 december 2025 naar het buitenland is vertrokken, gaat de kantonrechter ervan uit dat zij berust in het einde van de arbeidsovereenkomst per 13 november 2025. Werkneemster heeft zodoende geen recht op doorbetaling van loon na 13 november 2025. Wel heeft zij recht op een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, een transitievergoeding en een billijke vergoeding. Hoewel het misgelopen loon over de periode van 13 november 2025 tot 23 december 2025 door de vergoeding wegens onregelmatige opzegging wordt gecompenseerd, was zij door het ontslag gedwongen terug te keren naar Zuid-Korea. Haar verblijfsvergunning was namelijk afhankelijk van haar werk bij Koi Utrecht. Gelet op dit alles wordt aan werkneemster een billijke vergoeding toegekend van € 3.600 bruto, hetgeen overeenkomt met een maandsalaris.