Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 4 december 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:15953
Feiten
Werkneemster is sinds 11 juni 1990 in dienst bij de Belastingdienst, behorende tot de Staat der Nederlanden (hierna: de Staat) in de functie van medewerkster Toezicht Buiten bij de directie Midden- en Kleinbedrijf (MKB). Op werkneemster zijn onder meer de Ambtenarenwet 2017 (Aw 2017), de Gedragscode Integriteit Rijk (GIR), de Gedragsregeling voor de digitale werkomgeving en het Personeelsreglement van het Ministerie van Financiën van toepassing. In die regelingen staan onder meer bepalingen over geheimhouding en de omgang met vertrouwelijke informatie. In de (op intranet geplaatste) brochure ‘een integere Belastingdienst’ staat dat het lekken van vertrouwelijke informatie, anderen daartoe toegang geven, informatie gebruiken voor nevenwerkzaamheden en het raadplegen van systemen voor privézaken of uit nieuwsgierigheid wordt gezien als een ernstige integriteitsschending. Sinds 2017 verricht werkneemster naast haar functie van toezichtmedewerkster ook werkzaamheden voor het Centraal Selectiebureau (hierna: CSB) van de Belastingdienst. Bij het CSB worden fraudesignalen ‘opgewerkt’ tot onderzoeksopdrachten. Op 11 april 2024 is werkneemster door de politie aangehouden op verdenking van computervredebreuk, opzettelijk en wederrechtelijk overnemen of doorgeven van niet-openbare gegevens en schending van het ambtsgeheim. Ook is haar woning doorzocht en is zij verhoord door de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD). Aanleiding voor de aanhouding was een aangifte van doxing door X. Op 17 april 2025 heeft de Staat een gesprek gevoerd met werkneemster naar aanleiding van de aanhouding en de op haar rustende verdenking. Aan het eind van het gesprek is werkneemster onder doorbetaling van loon geschorst hangende het strafrechtelijk onderzoek. Op 22 juli 2025 heeft de Staat van het Openbaar Ministerie (OM) aanvullende informatie ontvangen. Op 25 juli 2025 heeft werkneemster zich ziek gemeld. Op 30 juli 2025 heeft de Staat een gesprek gevoerd met werkneemster om te praten over de inhoud van de aanvullende informatie van het OM. Tijdens dit gesprek is aan werkneemster verteld dat de directie MKB het voorstel zal doen aan het bevoegd gezag om een ontbindingsprocedure te starten. Op 2 september 2025 heeft de Staat een ontbindingsverzoek ingediend, primair op de e-grond. De Staat heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd – kort weergegeven – dat werkneemster in strijd met de voor haar geldende regels (herhaaldelijk): (a) belastingdienstsystemen heeft geraadpleegd voor niet-zakelijke doeleinden en (b) informatie uit de belastingsystemen heeft gedeeld met een of meer derden. Werkneemster heeft bovendien onvoldoende openheid van zaken hierover gegeven. Daarmee heeft werkneemster haar ambtelijke geheimhoudingsplicht geschonden, misbruik gemaakt van de systemen en in strijd gehandeld met de kernwaarden van de Belastingdienst.
Oordeel
E-grond
De kantonrechter is van oordeel dat de gedragingen van werkneemster zodanig verwijtbaar zijn dat van de Staat in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Het is voor de Belastingdienst van groot belang dat (zij erop kan vertrouwen dat) haar medewerkers de geldende wet- en regelgeving naleven en dat de fiscale gegevens van belastingplichtigen niet worden misbruikt doordat hun gegevens onbevoegd en/of anders dan voor zakelijke doeleinden worden ingezien. De regels daarover zijn duidelijk, evenals de gevolgen bij overtreding daarvan. Hoewel de gedragingen van werkneemster mogelijk ook een (ambts)misdrijf opleveren, hoeft de uitkomst van de strafzaak niet te worden afgewacht. In arbeidsrechtelijke zin staat immers voldoende vast dat werkneemster heeft gehandeld in strijd met de hoge integriteitseisen en de strenge geheimhoudingsregels die voor haar gelden. Werkneemster heeft niet weersproken dat zij van deze regels op de hoogte is. Het is begrijpelijk dat de Staat door de herhaalde overtreding van werkneemster het vertrouwen in haar (betrouwbaarheid en integriteit) onherstelbaar heeft verloren. Herplaatsing ligt daardoor niet in de rede. De omstandigheid dat werkneemster al heel lang in dienst is, er veel waardering was voor haar werk en zij mogelijk een moeilijke positie op de arbeidsmarkt heeft, leggen onvoldoende gewicht in de schaal om tot een ander oordeel te komen.
Geen transitievergoeding
De kantonrechter is van oordeel dat de gedragingen ook als ernstig verwijtbaar in de zin van artikel 7:673 lid 7 sub c BW kwalificeren. Daarbij is verder meegewogen dat werkneemster meerdere keren ernstig de fout is ingegaan, waardoor geen sprake is geweest van een (geringe) eenmalige misstap. Het verzoek van de Staat om voor recht te verklaren dat werkneemster ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en dientengevolge geen recht heeft op een transitievergoeding, zal daarom worden toegewezen.
