Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Concentrix International Europe B.V.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 3 februari 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:1334
Loonvordering van ruim € 34.000 van zieke werknemer die vanuit Portugal weigert terug te keren naar Nederland afgewezen – bedrijfsarts constateert herhaaldelijk geen reisbeperking en Portugese doktersverklaringen bieden onvoldoende tegenwicht.

Feiten

Werknemer is op 20 november 2023 voor één jaar in dienst getreden bij Concentrix. Op 21 december 2023 vertrok hij naar Portugal vanwege een familiair noodgeval rondom zijn stervende hond. Concentrix kende hem twee dagen calamiteitenverlof toe. Na het overlijden van de hond op 24 december 2023 meldde werknemer zich op 25 december 2023 ziek met fysieke en psychische klachten. Een Portugese arts verklaarde hem arbeidsongeschikt en adviseerde reizen tijdelijk te vermijden. Op 23 januari 2024 vond een digitaal spreekuur met de bedrijfsarts plaats. De bedrijfsarts adviseerde een time-out van minimaal vier weken, maar stelde uitdrukkelijk dat er géén reisbeperking was en dat werknemer zijn behandeling in Nederland diende voort te zetten. Herhaalde verzoeken van werknemer om een second opinion werden door de arbodienst afgewezen. In februari 2024 ontstond verwarring over de datum van een fysiek consult, waarna werknemer alsnog digitaal werd gehoord op 27 februari 2024. Ook bij dat consult handhaafde de bedrijfsarts het advies tot fysieke terugkeer naar Nederland en het ontbreken van een reisbeperking. Op 21 maart 2024 kondigde Concentrix een loonstop aan. Op 3 april 2024 raakte werknemer betrokken bij een motorongeluk in Portugal, waarna hij opnieuw Portugese arbeidsongeschiktheidscertificaten overlegde. Hij verscheen evenmin bij het fysieke consult van 30 april 2024. Het UWV bracht op 14 oktober 2024 een deskundigenoordeel uit waarin de re-integratie-inspanningen van Concentrix als onvoldoende werden beoordeeld, omdat Concentrix geen toelichting had gegeven aan de arbeidsdeskundige. Een tweede deskundigenoordeel van 10 februari 2025 bevatte geen inhoudelijk oordeel wegens het ontbreken van een recente belastbaarheidsbeoordeling. Op 20 november 2024 eindigde de arbeidsovereenkomst van rechtswege. Werknemer vordert onder meer betaling van achterstallig loon van € 34.114,57 bruto (loonstop 21 maart – 20 november 2024).

Oordeel

De kantonrechter oordeelt dat het voorschrift van Concentrix om naar Nederland af te reizen en fysiek op het spreekuur te verschijnen een redelijk re-integratievoorschrift is in de zin van artikel 7:629 lid 3 sub d jo. artikel 7:660a BW. De bedrijfsarts heeft herhaaldelijk vastgesteld dat er géén medische reisbeperking bestond. Aan de Portugese doktersverklaringen komt weinig gewicht toe: de meeste bevatten geen specifiek reisverbod en zijn gestandaardiseerde formulieren. Werknemer had bovendien zelf in februari 2024 aangegeven bereid te zijn fysiek te verschijnen. De loonstop vanaf 21 maart 2024 is dan ook terecht opgelegd. De primaire loonvordering van € 34.114,57 wordt afgewezen. Dat de second opinion ten onrechte is geweigerd, leidt niet tot een ander oordeel, omdat een second opinion geen opschortende werking heeft en werknemer de adviezen van de eerste bedrijfsarts op geen enkel moment heeft opgevolgd. Aan de deskundigenoordelen van het UWV komt geen doorslaggevende betekenis toe nu hoor en wederhoor niet heeft plaatsgevonden.