Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 13 februari 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:1834
Feiten
Werkneemster heeft Guillaume Beauty Services B.V. (hierna: GBS) in kort geding gedagvaard en geëist dat GBS wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, vakantiegeld, de wettelijke verhoging en wettelijke rente wegens te laat betaald loon. Daarnaast heeft werkneemster geëist dat GBS het loon maandelijks op tijd betaalt, dat GBS bruto-nettospecificaties verstrekt van alle salarisperioden vanaf 1 januari 2025 en dat GBS wordt veroordeeld tot betaling van incassokosten en proceskosten. De kantonrechter heeft deze eisen in het verstekvonnis van 25 juli 2025 grotendeels toegewezen. GBS werd veroordeeld om binnen zeven dagen na het vonnis het maandsalaris over de periode vanaf 1 mei 2025 tot de datum van het vonnis te betalen, vermeerderd met een wettelijke verhoging van 50% en wettelijke rente. Ook werd GBS veroordeeld tot betaling van achterstallige vakantietoeslag, eveneens vermeerderd met een wettelijke verhoging van 50% en wettelijke rente. Daarnaast moest GBS binnen drie weken na betekening van het vonnis bruto-nettospecificaties verstrekken van alle salarisperioden vanaf 1 januari 2025 tot de datum van het vonnis, op straffe van een dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 2.500. Verder werd GBS veroordeeld tot betaling van incassokosten en de proceskosten. GBS is tegen dit verstekvonnis in verzet gegaan en eist dat de oorspronkelijke vorderingen van werkneemster worden afgewezen.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt dat de procedure ten aanzien van de geldvorderingen van werkneemster van rechtswege wordt geschorst. Op 8 december 2025 heeft de kantonrechter een e-mail ontvangen van de curator van GBS waarin wordt gemeld dat op 2 december 2025 het faillissement van GBS is uitgesproken. Dit volgt ook uit het Centraal Insolventieregister. De vorderingen van werkneemster die zien op betaling van loon, vakantietoeslag, wettelijke verhoging, rente, incassokosten en proceskosten zijn geldvorderingen die ertoe strekken dat een overeenkomst uit de boedel wordt nagekomen. Daarom wordt de procedure ten aanzien van deze vorderingen op grond van artikel 29 Fw geschorst. De procedure wordt alleen voortgezet indien de verificatie van deze vorderingen wordt betwist. De vordering tot het verstrekken van bruto-nettospecificaties valt niet onder het bereik van artikel 29 Fw. Werkneemster had de bevoegdheid om schorsing van de procedure te verzoeken om de curator in het geding op te roepen. Werkneemster heeft echter per e-mail van 6 januari 2026 laten weten dat zij van deze bevoegdheid geen gebruik wil maken en dat zij dit deel van haar eis intrekt. Omdat werkneemster haar eis tot het verstrekken van bruto-nettospecificaties intrekt, kan het verstekvonnis op dat punt niet in stand blijven. De kantonrechter vernietigt daarom het verstekvonnis uitsluitend voor wat betreft de veroordeling tot het verstrekken van de specificaties.
