Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Fooditive
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 24 februari 2026
ECLI:NL:GHDHA:2026:247
Uitlating ter zitting "door alle emotie wil ik eigenlijk toch niet meer bij Fooditive werken" kan niet leiden tot verlies loonaanspraak artikel 7:628 BW.

Feiten

Werknemer heeft sinds 26 april 2021 bij Fooditive gewerkt in verschillende functies, op basis van zowel arbeidsovereenkomsten als stageovereenkomsten. In geschil is met name of de stageovereenkomst na afronding van zijn bacheloropleiding is voortgezet of dat toen een arbeidsovereenkomst is ingegaan. Fooditive stelt zich op het standpunt dat de arbeidsovereenkomst niet per december 2021, maar per februari 2022 is aangevangen. Werknemer stelt zich op het standpunt dat dit niet juist is en vordert onder meer betaling van loon.

Oordeel

Het hof oordeelt als volgt. 

Geen sprake van een uitgestelde ingangsdatum arbeidsovereenkomst/verlengde stageovereenkomst, zodat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan

Gelet op de wisselende kwalificatie van Fooditive over de aard van de aan werknemer gedane betalingen in de maanden december 2021 en januari 2022 (last internship fee, bonus of salarisverhoging, blijk van waardering en deels ter overbrugging, het was Kerst, het was een bonus) en het ontbreken van een overtuigende uitleg over de hoogte van de twee maandelijkse betalingen die hebben plaatsgevonden, die vele malen hoger waren dan de maandelijkse stagevergoeding van € 300 die werknemer daarvoor ontving, acht het hof alle elementen aanwezig voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst ex artikel 7:610 BW. Er was sprake van het verrichten van (loonvormende) arbeid voor het realiseren van het primaire, commerciële doel van de vennootschap - niet langer met het oog op de opleiding van werknemer (die immers voor wat betreft zijn bacheloropleiding was voltooid), er werd loon betaald in plaats van een veel lagere stagevergoeding en er was (onbetwist) een gezagsrelatie tussen werknemer en Fooditive. Het voorgaande betekent dat de arbeidsovereenkomst die door beide partijen is aangeduid als schakel 1, is ingegaan op 1 december 2021.

Uitlating ter zitting "door alle emotie wil ik eigenlijk toch niet meer bij Fooditive werken" kan niet leiden tot verlies loonaanspraak artikel 7:628 BW

Het hof is met werknemer van oordeel dat de kantonrechter de uitlating van werknemer ter zitting van 17 december 2024 (“door alle emotie wil ik eigenlijk toch niet meer bij Fooditive werken”) niet had mogen aanmerken als het omslagpunt voor de loonbetalingsplicht, zulks in afwijking van de hoofdregel van artikel 7:628 BW (‘geen arbeid, wel loon’). Uit de uitlating zelf blijkt al dat werknemer deze vanuit een emotionele toestand heeft gedaan, en niet is gebleken dat de kantonrechter zijn voorgestane juridische consequentie met werknemer en zijn gemachtigde heeft besproken, laat staan dat hij geverifieerd heeft of werknemer hiermee zijn aanspraak op loon wilde prijsgeven. Fooditive is daarom ook na 17 december 2024 verschuldigd het loon aan werknemer te betalen tot de datum waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig tot een einde is gekomen. De door Fooditive aangevoerde omstandigheden (werknemer heeft een bijbaan bij Praxis, hij wist dat hij moest gaan solliciteren, Fooditive kan zich geen loonbetalingen veroorloven als er niet wordt gewerkt), heeft werknemer weersproken. Fooditive heeft deze omstandigheden verder niet nader onderbouwd en deze leiden daarom niet tot een ander oordeel.