Rechtspraak
Rechtbank Overijssel (Locatie Almelo), 11 februari 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:653
Feiten
Werkneemster was sinds 17 januari 2022 in dienst bij AGC Nederland Holding B.V. (AGC) tegen een brutomaandsalaris van € 6.298,42. Zij werkte vanuit het Technovation Center in België en was verantwoordelijk voor het vermarkten van glasinnovaties, waarvoor zij regelmatig onderweg was en klantcontacten onderhield in horecagelegenheden. Zij declareerde haar kosten door middel van formulieren met bijgevoegde bonnen en facturen. In augustus 2025 werd geconstateerd dat bij declaraties voor abonnementen op LinkedIn Business en PhantomBuster nooit facturen waren meegestuurd. Ondanks herhaalde verzoeken kon werkneemster geen facturen, bankafschriften of enig ander bewijs van betaling overleggen. Dit was voor AGC aanleiding om een breder onderzoek te doen naar haar declaratiegedrag. Uit dat onderzoek bleek dat meerdere als zakelijk opgevoerde declaraties niet klopten: opgevoerde gesprekspartners bleken niet aanwezig te zijn geweest, declaraties waren ingediend op weekenddagen zonder verlofregistratie, en bij confrontatie erkende werkneemster zelf dat ten minste drie declaraties betrekking hadden op privé-uitgaven. Op 23 september 2025 is werkneemster op staande voet ontslagen wegens stelselmatige declaratiefraude. Het ontslag is bij brief van 25 september 2025 schriftelijk bevestigd. Werkneemster verzoekt de kantonrechter primair het ontslag op staande voet te vernietigen en subsidiair toekenning van een transitievergoeding, billijke vergoeding en gefixeerde schadevergoeding. Zij stelde dat er geen sprake was van opzet, maar van vergissingen en dat AGC had moeten volstaan met een lichtere sanctie. Zij wees op haar persoonlijke omstandigheden als alleenstaande moeder van twee minderjarige kinderen en haar gezondheidsproblemen (fibromyalgie).
Oordeel
De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven. AGC heeft voldoende voortvarend gehandeld: pas medio september 2025 ontstond het vermoeden van fraude, waarna onderzoek is gedaan en werkneemster op 23 september 2025 in een gesprek is gehoord. Het ontslag is diezelfde dag mondeling gegeven en twee dagen later schriftelijk bevestigd, zodat aan het onverwijldheidsvereiste is voldaan. Inhoudelijk oordeelt de kantonrechter dat er sprake is van een dringende reden. Het is niet aannemelijk dat werkneemster de LinkedIn- en PhantomBuster-abonnementen daadwerkelijk heeft gehad, nu zij geen enkel bewijs daarvan over heeft gelegd. Daarnaast heeft zij erkend dat minstens drie declaraties privé-uitgaven betroffen. De kantonrechter acht de stelling dat dit vergissingen waren niet geloofwaardig, gezien de gedetailleerde wijze waarop de declaraties waren opgemaakt — inclusief fictieve namen van zakenrelaties en bijpassende bestandsnamen van foto's. Het stelselmatig indienen van onjuiste declaraties levert een dringende reden op, ongeacht de relatief beperkte bedragen per declaratie. De persoonlijke omstandigheden van werkneemster, hoe schrijnend ook, doen daar niet aan af. Alle verzoeken van werkneemster worden afgewezen, inclusief die tot betaling van een transitievergoeding (wegens ernstige verwijtbaarheid).
