Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 10 februari 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:330
Feiten
Werkgever exploiteert een groothandel in bloemen op de bloemenveiling. Werknemer is per 1 februari 2004 voor werkgever gaan werken via een uitzendbureau. In februari 2005 is hij krachtens arbeidsovereenkomst in dienst getreden. De laatste functie die werknemer vervulde, is die van logistic manager, met een salaris van € 4.477 bruto per maand, te vermeerderen met vakantietoeslag en een bonus. In februari 2014 heeft werkgever een leaseauto ter beschikking gesteld inclusief een tankpas. Vanaf 21 oktober 2024 is werknemer arbeidsongeschikt in verband met rugklachten. Hij heeft een dubbele hernia. Bij brief van 23 december 2024 (abusievelijk gedateerd op 19 december 2024) is werknemer voorwaardelijk op staande voet ontslagen wegens onder meer een onverklaarbaar hoog gebruik van de tankpas tijdens ziekte en de in de ogen van werkgever niet aannemelijke en onacceptabele verklaring van werknemer. Werkgever concludeert dat werknemer de tankpas op oneigenlijke en onaanvaardbare wijze heeft gebruikt of heeft laten gebruiken, ten koste van werkgever. Het ontslag op staande voet is verleend voor het geval dat werknemer de aangeboden vaststellingsovereenkomst niet accepteert, dan wel deze binnen de bedenktermijn ontbindt. In eerste aanleg oordeelt de kantonrechter dat het ontslag onverwijld is gegeven. Ook overweegt de kantonrechter dat werknemer de autoleaseregeling heeft overtreden door zijn neef meerdere keren in de auto te laten rijden en hem de tankpas met pincode te laten gebruiken. Oneigenlijk (en daarmee ernstig verwijtbaar) gebruik van de tankpas is ook aan de orde als de werknemer om wie het gaat geen behoorlijke verantwoording kan afleggen over het gebruik van de pas. Het ontslag op staande voet houdt stand en de verzoeken van werknemer (transitievergoeding, billijke vergoeding, gefixeerde schadevergoeding) worden afgewezen. Werknemer voert in hoger beroep vijf grieven aan.
Oordeel
Met de grieven 1 t/m 3 bestrijdt werknemer vanuit verschillende invalshoeken het oordeel van de kantonrechter dat de verwijten aan zijn adres een dringende reden opleverden die het ontslag op staande voet rechtvaardigde. Bij zijn beoordeling stelt het hof voorop dat de in de ontslagbrief medegedeelde reden in beginsel de ontslagreden fixeert en de bewijslast van de werkgever bepaalt. Andere redenen dan die in de ontslagbrief genoemd, kunnen alleen dan meespelen voor de beoordeling van de vraag of er sprake is van een geldige dringende reden wanneer het voor de werknemer volstrekt duidelijk moet zijn dat de niet genoemde redenen, wanneer de werkgever daar ten tijde van het ontslag weet van zou hebben gehad, ook grond voor ontslag op staande voet hadden gevormd (HR 31 december 1993, JAR 1994/31).
Gebruik tankpas en gebruik van de auto
Ten aanzien van het gebruik van de tankpas is werknemer volgens het hof geen verklaring verschuldigd voor de hoeveelheid in mei en september 2024 getankte brandstof. Werknemer mag de auto zelf naar eigen believen gebruiken voor privédoeleinden en is daarbij slechts gebonden aan het overeengekomen maximale jaarlijkse kilometrage. Dat dat maximum zou zijn overschreden is gesteld noch gebleken. Dat er oneigenlijk gebruik is gemaakt van de tankpas, volgt ook niet uit de hoeveelheid benzine die in november 2024 is getankt. Het beperkte gebruik van de leaseauto door een ander dan werknemer levert onder de bijzondere omstandigheden van dit geval, naar het oordeel van het hof geen dringende reden op die het ontslag op staande voet rechtvaardigt. Dat de leaseauto door een ander dan werknemer is bestuurd zonder goede reden is door hem bestreden en is niet vast komen te staan. Werkgever heeft het excessief en oneigenlijk gebruik van de tankpas en/of de leaseauto ook nog gebaseerd op drie aanvullende voorvallen op 10 oktober, 2 en 6 november 2024. Ook deze voorvallen kunnen naar het oordeel van het hof het gestelde excessief en oneigenlijk gebruik van de tankpas en/of de leaseauto niet voldoende onderbouwen. Er is dus geen sprake van een dringende reden die het ontslag op staande voet rechtvaardigt.
Transitievergoeding, gefixeerde schadevergoeding en billijke vergoeding
De beschikking van de kantonrechter wordt vernietigd. Aan werknemer wordt een billijke vergoeding, een transitievergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging toegekend.
Voorwaardelijk incidenteel appèl
In het voorwaardelijk incidenteel appèl heeft werkgever verzocht om (voor het geval het hof de arbeidsovereenkomst zou herstellen of tot herstel zou veroordelen), de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden. Uit het voorgaande volgt dat de voorwaarde waaronder het voorwaardelijk incidenteel appèl is ingesteld, niet is vervuld. Gelet daarop behoeft het voorwaardelijk incidenteel appèl geen bespreking, behoudens ten aanzien van de proceskosten.
