Naar boven ↑

Rechtspraak

Werkneemster/Van Driel Nijmegen B.V.
Rechtbank Gelderland (Locatie Nijmegen), 27 januari 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:765
Loonvordering werkneemster wordt afgewezen omdat zij heeft nageleten haar verzoek, gelet op de betwisting van werkgever, nader te motiveren en onderbouwen.

Feiten

Werkneemster is op 20 september 2024 in dienst getreden bij Van Driel Nijmegen B.V. (hierna: ‘Van Driel’) als taxichauffeuse. De Cao Zorgvervoer en Taxi (hierna: ‘de cao’) is van toepassing op de arbeidsovereenkomst. Van Driel heeft op 28 juli 2025 aan werkneemster te kennen gegeven dat haar dienstverband niet zou worden verlengd. Het dienstverband is vervolgens geëindigd per 31 augustus 2025. In deze zaak gaat het om de vraag of werkneemster nog achterstallig salaris tegoed heeft van Van Driel.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Gelet op artikel 150 Rv had werkneemster een duidelijke berekening van het door haar gestelde achterstallig salaris moeten aanleveren en inzichtelijk moeten maken hoeveel uren zij heeft gewerkt, hoe de uren feitelijk zijn verloond en hoe deze uren hadden moeten verloond. Ook tijdens de mondelinge behandeling is niet inzichtelijk geworden waar de spreekwoordelijke schoen nu precies wringt en hoe haar uren volgens werkneemster verloond hadden moeten worden en wat dan de conclusie zou moeten zijn wat betreft het bestaan en de omvang van het gestelde achterstallig salaris. Gelet op de verklaringen van werkneemster zelf is gebleken dat de aanvankelijk in het verzoekschrift opgenomen berekening niet klopt en evenmin de in de spreekaantekeningen opgenomen berekening. De vraag is waar de kantonrechter dan van uit dient te gaan. Het had op de weg van werkneemster gelegen om hierover duidelijkheid te scheppen. Dit heeft zij nagelaten. Als gevolg daarvan kan niet worden vastgesteld of er daadwerkelijk sprake is van achterstallig salaris en om welk bedrag het dan zou gaan. De kantonrechter zal het verzoek daarom afwijzen als onvoldoende onderbouwd.