Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgeefster
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Amersfoort), 4 februari 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:486
Loonstop houdt in kort geding stand. Vordering tot loondoorbetaling en verbod op verwerking van medische en persoonsgegevens afgewezen.

Feiten

Werkneemster is met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in dienst bij werkgeefster. Op 27 februari 2025 heeft zij zich ziek gemeld en sindsdien heeft zij geen werkzaamheden meer verricht. Werkgeefster heeft op 6 oktober 2025 een loonstop opgelegd, omdat werkneemster volgens haar niet voldoet aan haar re-integratieverplichtingen. Volgens werkneemster is dat onterecht. Zij vordert doorbetaling van haar loon vanaf die datum en wil daarnaast dat de kantonrechter werkgeefster beveelt om te staken met het verwerken of overdragen van haar medische en persoonsgegevens, op straffe van een dwangsom. Werkneemster heeft enkele uren voor de zitting aanvullende producties overgelegd. Werkgeefster heeft op goede gronden bezwaar gemaakt tegen het toelaten van die stukken.

Oordeel

Opheffen loonstop

Het feit dat werkneemster bij het begin van de procedure geen deskundigenverklaring van het UWV heeft overgelegd, staat volgens de kantonrechter niet in de weg aan een beoordeling van de vraag of werkgeefster terecht een loonstop heeft opgelegd. Het uitgangspunt is dat werkneemster (een gedeelte van) haar loon gedurende haar ziekte doorbetaald moet krijgen. Dat wordt anders als zij niet meewerkt aan redelijke voorschriften of maatregelen in het kader van haar re-integratie. In dat geval ligt het op de weg van werkgeefster om haar, na een waarschuwing, een loonstop op te leggen als prikkel om dat wel (weer) te gaan doen. De kantonrechter acht het aannemelijk dat de loonstop stand houdt in de bodemprocedure. Werkgeefster heeft werkneemster gewaarschuwd dat een loonstop zou worden opgelegd indien zij niet zou meewerken aan het ondertekenen van het opgestelde plan van aanpak, een onafhankelijk onderzoek door een medisch expertisecentrum, mediation, en verzuimgesprekken. In het laatste advies van de bedrijfsarts, van 29 juli 2025, staat dat werkneemster voldoende belastbaar is om regelmatig contact te houden met werkgeefster en eventueel langs te komen op het werk. Anders dan werkneemster zegt, blijkt niet dat dat advies is komen te vervallen bij het opstellen van de finale probleemanalyse van 13 augustus 2025. Haar stelling dat zij niet tot enig contact in staat is, berust daardoor uitsluitend op haar eigen oordeel. Werkneemster heeft tot aan de zitting elke uitnodiging voor een gesprek afgeslagen. Er is daarom vooralsnog geen reden voor werkgeefster om de loonstop te beëindigen. De re-integratie is immers helemaal stil komen te liggen. Pas als werkneemster weer met de bedrijfsarts in contact treedt en weer in gesprek gaat met werkgeefster is naar het oordeel van de kantonrechter loondoorbetaling op zijn plaats.

Gegevensverwerking

Werkneemster wil daarnaast dat de kantonrechter werkgeefster beveelt om elke verdere verwerking of overdracht van haar medische en persoonsgegevens te staken, op straffe van een dwangsom. Ook die vorderingen worden afgewezen. Het is werkgeefster toegestaan om (bijzondere) medische en persoonsgegevens van haar werknemers te delen, voor zover dat nodig is voor het vaststellen en naleven van haar re-integratieverplichtingen.