Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgeefster
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 14 januari 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:376
Werkneemster is onterecht ontslagen. Er is geen sprake van een geldig ontslag op staande voet of ontslag tijdens de proeftijd. Uurloon is onder minimumloon.

Feiten

Werkneemster is sinds 2 augustus 2025 in dienst bij werkgeefster als allround medewerkster. Haar arbeidsovereenkomst is gesloten voor de bepaalde tijd van zes maanden en loopt tot 2 februari 2026. Op 15 september 2025 ontving werkneemster namens werkgeefster via Whatsapp een bericht dat zij ontslagen is omdat zij regelmatig vroeg om uitbetaling van haar salaris. Werkneemster verzoekt in deze procedure vernietiging van het ontslag op staande voet en doorbetaling van loon.

Oordeel

Werkgeefster heeft in een bericht aan werkneemster geschreven dat werkneemster rechtsgeldig is ontslagen, omdat zij enkel een proefperiode met haar zou hebben afgesproken en werkneemster tijdens deze proefperiode is ontslagen. Op grond van de wet kan bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd alleen een proeftijd worden afgesproken als de arbeidsovereenkomst langer dan zes maanden duurt. Aangezien er een arbeidsovereenkomst van zes maanden tussen werkneemster en werkgeefster is overeengekomen, kan hierbij geen proeftijd worden afgesproken. Voor zover dat wel is gebeurd, is deze afspraak nietig. Dat betekent dat werkneemster niet in de proeftijd ontslagen is. Werkgeefster heeft werkneemster ontslagen omdat zij herhaaldelijk heeft gevraagd om uitbetaling van haar salaris. Dit kan niet worden gezien als dringende reden voor een ontslag op staande voet. Het verzoek van werkneemster tot vernietiging van het ontslag wordt toegewezen, omdat hiervoor is geoordeeld dat het ontslag niet rechtsgeldig is. De verzochte verklaring van recht dat werkgeefster de arbeidsovereenkomst onregelmatig en onrechtmatig heeft opgezegd en dat dat arbeidsovereenkomst voortduurt totdat deze rechtsgeldig is beëindigd zullen ook worden toegewezen. Werkneemster heeft recht op loon. Het overeengekomen salaris van € 11,20 bruto per uur is minder dan het minimumloon waar werkneemster als 20-jarige recht op heeft. Bij de uitbetaling van het loon moet daarom worden uitgegaan van het minimumloon van € 11,52 bruto per uur.