Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 22 januari 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:999
Feiten
Werknemer vordert dat de kantonrechter de werkgever veroordeelt tot betaling van achterstallig loon over de periode van 1 augustus tot 31 december 2025 en tot betaling vanaf 31 december 2025 onder verrekening van het loon dat hij maandelijks ontvangt, tot het dienstverband rechtsgeldig is geëindigd. Werknemer stelt dat hij sinds 1 augustus 2025 geen loon meer heeft ontvangen, dat hij ziek is, dat werkgever weigert om een bedrijfsarts in te schakelen en dat werkgever niet reageert op zijn voorstellen om de situatie op te lossen. Werknemer heeft per 6 januari 2026 een dienstbetrekking voor bepaalde tijd aanvaard met een proeftijd van één maand; omdat hij ziek is voor zijn eigen werk en het dienstverband met werkgever niet is geëindigd, ziet werknemer de werkzaamheden die hij op dit moment uitoefent als werkzaamheden in het kader van re-integratie.
Oordeel
Werkgever is niet verschenen, zodat de kantonrechter de vorderingen van werknemer toewijst omdat deze hem niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen.
