Naar boven ↑

Rechtspraak

De verklaring van werknemer dat hij schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden kan als bewijs dienen nu ook aanvullend bewijs voorhanden is dat zodanig sterk is en zodanige essentiƫle punten betreft dat die zijn verklaring voldoende geloofwaardig maken.

Feiten

Werknemer is op grond van een arbeidsovereenkomst voor de duur van één jaar op 22 januari 2018 in dienst getreden bij Ship Motion. Op 8 februari 2018 is in de machinekamer van het schip waar werknemer werkte een kettingtakel van de rail geschoten, nadat er een lijmklem als eindstop was geplaatst in plaats van een moer en bout. Op 18 september 2018 heeft werknemer zich ziekgemeld. Hij is ziek gebleven tot het einde van de arbeidsovereenkomst op 22 januari 2019. Bij brieven van 2 november 2018 (verzonden naar een foutief adres), 7 december 2018 en 27 december 2018 heeft de toenmalige gemachtigde van werknemer Ship Motion aansprakelijk gesteld voor een arbeidsongeval dat werknemer op 8 februari 2018 zou zijn overkomen. Ship Motion heeft de aansprakelijkheid betwist. Werknemer vordert een verklaring voor recht dat Ship Motion jegens werknemer aansprakelijk is voor de door hem geleden en nog te lijden schade ten gevolge van het ongeval van 8 februari 2018. De rechtbank heeft de vorderingen van werknemer afgewezen. Werknemer komt tegen het vonnis in hoger beroep.

Oordeel

Tussen partijen is niet in geschil dat werknemer op 8 februari 2018 werkzaamheden voor Ship Motion verrichtte in de machinekamer van het jacht. Evenmin is in geschil dat bij die werkzaamheden de takel - die door X werd bediend - is losgeschoten en op de vloer van de machinekamer terecht is gekomen. Vast staat dat de takel is losgeschoten door het ontbreken van een deugdelijke eindstop (een moer en bout). De verklaring van werknemer kan als bewijs voor zijn stelling dat hij op 8 februari 2018 schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden dienen nu het hof ook aanvullend bewijs voorhanden acht dat zodanig sterk is en zodanige essentiële punten betreft dat die zijn verklaring voldoende geloofwaardig maken. Dit aanvullend bewijs bestaat uit de schriftelijke verklaring van A en de ten overstaande van de rechter door A als getuige afgelegde verklaring. De verklaring van X - die zegt dat het verhaal zoals werknemer beschrijft niet juist kan zijn- legt minder gewicht in de schaal. X werkte al sinds 2016 als zzp’er voor Ship Motion en heeft zijn verklaring niet ten overstaande van de rechter bevestigd. Er is geen andere verklaring voorhanden die zijn relaas van het ongeval bevestigt. Het hof acht het verder zeer wel aannemelijk dat de losschietende takel van (volgens Ship Motion ) circa 10 kilogram die werknemer heeft geraakt, bij hem tot letsel heeft geleid. Dit letsel vindt verder steun in de door werknemer overgelegde medische stukken. Ship Motion heeft naar oordeel van het hof niet aan haar zorgplicht voldaan. Ship Motion kon niet volstaan met afgaan op de (overigens door werknemer betwiste) mededeling dat hij ervaring zou hebben met revisie- en onderhoudswerkzaamheden, terwijl niet is gebleken dat zij zich ervan vergewist heeft dat werknemer de benodigde deskundigheid had om de takelwerkzaamheden uit te voeren, laat staan dat gecontroleerd is of een deugdelijke eindstop was aangebracht en de takelwerkzaamheden veilig konden worden uitgevoerd. Daarbij komt dat Ship Motion wist dat werknemer geen ervaring had in de wereld van onderhoud aan schepen en boten, zoals Ship Motion zelf heeft gesteld. Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en de vorderingen worden toegewezen.