Naar boven ↑

Rechtspraak

CNC/FlexWork Payrolling B.V.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 27 januari 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:475
Incident tot tussenkomst en voeging door vakbond. Vordering tot tussenkomst afgewezen, omdat dit een omzeiling van de appèltermijn zou inhouden. Vordering tot voeging toegewezen.

Feiten

Werkneemster is meerdere jaren in dienst geweest bij FlexWork Payrolling B.V. (hierna: FlexWork) en heeft bij de kantonrechter gevorderd dat FlexWork haar over die periode achterstallig loon en emolumenten betaalt, haar aanmeldt bij het pensioenfonds en premies afdraagt. CNV heeft (in diezelfde procedure) bij de kantonrechter gevorderd dat FlexWork haar een schadevergoeding betaalt van € 5.000 op grond van artikel 15 en 16 Wet Cao wegens het niet-naleven van de NBBU-cao. De kantonrechter heeft de vorderingen van werkneemster toegewezen en de vordering van CNV afgewezen. FlexWork is vervolgens in hoger beroep gegaan tegen het vonnis van de kantonrechter, maar heeft alleen werkneemster en niet ook CNV gedagvaard. Omdat CNV niet is gedagvaard in hoger beroep, vordert zij in dit incident dat zij in het hoger beroep in de hoofdzaak tot de procedure wordt toegelaten – primair – als tussenkomende partij of – subsidiair – als gevoegde partij aan de zijde van werkneemster.

Oordeel

Tussenkomst en/of voegen

Een partij kan vragen om in een lopende rechtszaak te mogen tussenkomen als zij een eigen vordering wil instellen tegen (een van) de procederende partijen en als zij voldoende belang heeft om aan de procedure deel te nemen vanwege de mogelijk nadelige gevolgen die de procedure voor haar kan hebben (art. 217 Rv). Dat belang kan zijn dat door de gevolgen die de uitspraak in de hoofdzaak kan hebben, benadeling of verlies van een recht van de tussenkomende partij dreigt of dat haar positie op een andere manier kan worden benadeeld. Een partij die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangige procedure kan ook vragen zich daarin te mogen voegen. Voor het aannemen van een dergelijk belang is voldoende dat de partij die voeging vraagt nadelige gevolgen kan ondervinden van een ongunstige uitkomst van de procedure voor de partij aan de zijde van wie zij zich wil voegen. Onder nadelige gevolgen zijn in dit verband te verstaan de feitelijke of juridische gevolgen die de toe- of afwijzing van de in die procedure ingestelde vordering of het gezag van gewijsde van de eindbeslissingen in die procedure zullen kunnen hebben voor degene die de voeging vraagt. 

Standpunten hof: geen tussenkomst wel voeging

Het hof is van oordeel dat toewijzing van de vordering tot tussenkomst van CNV in strijd is met de eisen van een goede procesorde. Omdat CNV zelf een vordering heeft ingesteld bij de kantonrechter en deze is afgewezen, had CNV hoger beroep moeten instellen om haar vordering nogmaals geldend te maken. Nu CNV dat niet heeft gedaan, zou toelating van tussenkomst van CNV in hoger beroep neerkomen op een ontoelaatbare omzeiling van de hogerberoepstermijn en een doorbreking van het gezag van gewijsde van de beslissing op de vordering van CNV. Om deze reden wijst het hof het door CNV primair gevorderde af. Het hof staat CNV wel toe zich in de hoofdzaak te voegen aan de kant van werkneemster. CNV heeft voldoende onderbouwd dat zij nadelige gevolgen kan ondervinden van een ongunstige uitkomst van de procedure voor werkneemster.