Naar boven ↑

Rechtspraak

ABN AMRO Bank N.V./werknemer
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 19 december 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:10496
Afwijzing ontbindingsverzoek (d- en i-grond). Geen ontwikkel- of verbetertraject en onvoldoende opleidingsinspanningen werkgever. Vacaturestop ontslaat werkgever niet van zorgplicht om voorheen goed functionerende werknemer met lange staat van dienst te herplaatsen.

Feiten

Werknemer is sinds 19 april 1999 in dienst van ABN AMRO Bank N.V. (hierna: ABN AMRO). Voor 1 juni 2023 vervulde werknemer de functie van relatiemanager hypotheken. Met ingang van 1 juni 2023 is werknemer, nadat hij op verzoek intern een aantal gesprekken had gevoerd, gestart in de functie van partnermanager. Iedere partnermanager heeft een eigen portefeuille van intermediairs. Belangrijk onderdeel van de functie is dat de partnermanager de sparringpartner is voor de intermediair ten aanzien van de leads. Kennis en expertise van zakelijk financieren is vereist om als sparringpartner te kunnen fungeren. Niet betwist is dat werknemer zeer ervaren is op commercieel vlak, maar over onvoldoende zakelijke kredietkennis beschikte. Hiervoor heeft hij een aantal opleidingen gevolgd. Op 19 november 2024 heeft werknemer een gesprek gehad met zijn leidinggevende. In het gespreksverslag staat dat ABN AMRO van mening is dat de functie van partnermanager niet passend is voor werknemer. ABN AMRO schrijft in het verslag onder meer: ‘Commercieel succes is er niet en qua afspraken en instroom zien we onvoldoende ontwikkeling om te verwachten dat dit op korte termijn gaat veranderen.’ ABN AMRO heeft werknemer op 17 maart 2025 op basis van zijn functioneren over 2024 de kwalificatie ‘onvoldoende’ toegekend. ABN AMRO verzoekt de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden, primair vanwege disfunctioneren (d-grond) en subsidiair op grond van de combinatiegrond (i-grond).

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. ABN AMRO stelt dat er sprake was van een moeizame start in de functie van partnermanager. Dat heeft werknemer op zichzelf niet betwist. Werknemer heeft destijds aangegeven dat het voor hem een compleet nieuw vakgebied is en dat hij ervaring moet opdoen door het volgen van cursussen en door mee te lopen met collega-partnermanagers. Zijn leidinggevende heeft hem aangeraden ook mee te lopen met collega’s en de IM-desk. De kantonrechter is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat werknemer de door ABN AMRO gestelde doelen structureel niet haalt. De vraag is vervolgens of ABN AMRO er voldoende aan heeft gedaan om werknemer in staat te stellen zich in te werken in de functie en zich de kennis van complexe kredietproducten eigen te maken. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft ABN AMRO onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat zij werknemer, die daar ook uitdrukkelijk om heeft verzocht, voldoende en toereikende opleiding heeft geboden om zich de specialistische (krediet)kennis eigen te maken, terwijl deze volgens haar vereist is om als sparringpartner te kunnen fungeren van de intermediairs. ABN AMRO had werknemer eerst een ontwikkeltraject moeten aanbieden en pas daarna, indien nodig, een verbetertraject. Voor zover sprake is van inhoudelijk onvoldoende functioneren door werknemer geldt ook dat ABN AMRO werknemer onvoldoende heeft geïnformeerd over de status van de gesprekken en dat er, zoals ABN AMRO in deze procedure stelt, sprake was van een verbetertraject met een concreet verbeterplan. Niet gebleken is dat een verbetertraject is gevolgd. Daar komt bij dat ABN AMRO niet aan haar herplaatsingsverplichting heeft voldaan. Van concrete schriftelijke vastlegging van de inspanningen en uitkomsten is niet gebleken en ook heeft er geen contact met de HR-afdeling plaatsgevonden. De per 7 april 2025 ingevoerde vacaturestop, waardoor er geen externe werknemers meer worden aangenomen en het enkel als het absoluut noodzakelijk is vacatures intern kunnen worden geplaatst waarop werknemers met een vast dienstverband kunnen reageren, ontslaat ABN AMRO niet van haar zorgplicht om een voorheen goed functionerende werknemer met een lange staat van dienst te herplaatsen. Dat kan ook plaatsvinden buiten het officiële vacaturecircuit. Al met al oordeelt de kantonrechter dat van een voldragen d-grond geen sprake is. Ook het verzoek op de i-grond slaagt niet, gelet op hetgeen de kantonrechter heeft overwogen over het gebrek aan herplaatsingsinspanningen. Afwijzing van het ontbindingsverzoek volgt.