Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Lelystad), 28 januari 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:186
Feiten
Werknemer is per 1 januari 2021 in dienst getreden bij werkgeefster in de functie van chauffeur. Op de arbeidsovereenkomst is de Cao voor het Beroepsgoederenvervoer van toepassing. Nadat werknemer in september 2023 op staande voet ontslagen is en een verzoekschrift ter vernietiging van het ontslag heeft ingediend, hebben partijen een schikking getroffen, waarbij werkgeefster heeft aangegeven dat partijen ten aanzien van de uit te keren overuren overleg zullen voeren. Werknemer vordert een bedrag van ruim € 12.000 aan overuren en ander achterstallig loon. Hij voert aan dat werkgeefster tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen uit de arbeids- en schikkingsovereenkomsten, onder meer door overuren niet volledig uit te betalen.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. De functie van werknemer valt in functieschaal D van de cao. De functietyperingen, zoals opgenomen in de cao onder koeriersdiensten en chauffeursdiensten laten immers zien dat de diensten met een internationaal karakter en ook gekoelde diensten vallen onder functieschaal D. Dit betekent dat de (loon)vorderingen van werknemer moeten worden beoordeeld aan de hand van schaal D. De automatische loonsverhoging waar een werknemer recht op heeft, geldt ook bij arbeidsongeschiktheid. Alleen bij onvoldoende functioneren kan de werkgever de automatische loonstijging weigeren. Hoewel werkgeefster werknemer verkeerd had ingeschaald, is er naar oordeel van de kantonrechter geen sprake van onwil of kwade trouw. De loonvordering van werknemer wordt toegewezen, maar de wettelijke verhoging wordt op nihil gesteld. De berekeningen van werknemer ten aanzien van de loonvorderingen zijn door werkgeefster onvoldoende weersproken. De kantonrechter is van oordeel dat de afspraak tussen partijen over de uitbetaling van overuren in strijd met de cao is. Als een werknemer in een week minder uren heeft gewerkt mag de werkgever de meer gewerkte uren in een daarop volgende week niet verrekenen of compenseren met het tekort van de vorige week. Werkgeefster heeft geen deugdelijke urenregistratie bijgehouden. Het toepassen van een verrekeningssystematiek voor overuren in strijd met de cao brengt mee dat de loonvordering van werknemer met betrekking tot overuren wordt toegewezen. De wettelijke verhoging wordt gematigd tot 20%, mede omdat het zeer lang heeft geduurd voor werknemer zijn vordering kenbaar heeft gemaakt. Ook is werkgeefster gehouden, vanaf februari 2025, op basis van het gemiddeld aantal overuren op basis van het het jaar voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid te voldoen. Werkgeefster wordt veroordeeld tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten en in de proceskosten.
