Rechtspraak
Rechtbank Overijssel (Locatie Zwolle), 12 januari 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:172
Feiten
Werknemer is sinds 1 december 2023 in dienst bij de Omgevingsdienst IJsselland. De functie van werknemer is medewerker toezicht en handhaving. Daarnaast vervult hij sinds eind 2024 de rol van coördinator van de vakgroep industrie. Op de arbeidsovereenkomst is de cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (hierna: cao SGO) van toepassing. Bij het aangaan van het dienstverband hebben partijen gesproken over hetgeen is voorgevallen tijdens een vorig dienstverband van werknemer bij een andere omgevingsdienst, waarbij sprake was van een relatie met een vrouwelijke collega en na afloop daarvan van stalking van haar. Dat dienstverband is door de kantonrechter ontbonden. Partijen zijn het erover eens dat de strekking van het gesprek was dat iets vergelijkbaars zich niet opnieuw bij de Omgevingsdienst zou moeten voordoen. Op enig moment is tussen werknemer en een vrouwelijke collega een relatie ontstaan. Eind maart 2025 heeft de Omgevingsdienst een mediationtraject gestart tussen vier collega’s, onder wie werknemer en zijn partner/collega. Rond 12 juni 2025 heeft de Omgevingsdienst werknemer vrijgesteld van werkzaamheden. De partner van werknemer werkt inmiddels niet meer bij de Omgevingsdienst. De Omgevingsdienst verzoekt de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden vanwege een verstoorde arbeidsverhouding.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt.
Verstoorde arbeidsverhouding (g-grond)
Er is sprake van een verstoorde arbeidsverhouding die ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt. De kantonrechter licht dit toe en gaat daarbij specifiek in op (1) een kwestie rond een tijdschrijfdiscussie en (2) het laat melden door werknemer van zijn relatie met een collega. Ten aanzien van de tijdschrijfdiscussie overweegt de kantonrechter dat werknemer collega’s op verschillende momenten in verlegenheid heeft gebracht door de manier waarop hij zijn mening ventileerde. Zo heeft werknemer in januari 2025, tijdens een coördinatorenoverleg, ten overstaan van alle vakgroepcoördinatoren uitgesproken dat het tijdschrijven binnen de vakgroep frauduleus was, waarna er onrust ontstond in de vergadering. Dat de Omgevingsdienst stelt dat de tijdschrijfdiscussie heeft bijgedragen aan een verstoorde arbeidsverhouding is geen lege stelling zoals werknemer heeft betoogd, maar het is op concrete feiten en omstandigheden gebaseerd. Ook het niet of laat melden van de relatie op het werk draagt naar het oordeel van de kantonrechter bij aan de verstoring van de arbeidsverhouding. Uit de gedragscode van de Omgevingsdienst volgt dat medewerkers een intieme relatie met een collega moeten melden bij hun leidinggevende. Die melding heeft werknemer echter niet, of in elk geval niet tijdig, gedaan. Bovendien hebben partijen bij aanvang van het dienstverband, gelet op de relatie van werknemer tijdens een eerder dienstverband, met elkaar afgesproken dat werknemer het zou melden als hij opnieuw een relatie met een collega zou krijgen. Op 17 maart 2025 heeft werknemer pas toegegeven dat hij een intieme relatie had met een collega – terwijl die collega aangaf dat dit al vanaf de zomer van 2024 speelde – en dit heeft tot onrust binnen de organisatie geleid. Mediation is niet goed van de grond gekomen. Het voorgaande leidt tot het oordeel dat er sprake is van een voldragen g-grond. Ontbinding van de arbeidsovereenkomst volgt.
Bovenwettelijke uitkeringen op grond van cao SGO en transitievergoeding
Tussen partijen staat vast dat werknemer op grond van de cao SGO recht heeft op een aanvullende uitkering voor zover hij voldoet en blijft voldoen aan de voorwaarden. Dit deel van het verzoek wordt dan ook toegewezen. Daarnaast wijst de kantonrechter de transitievergoeding toe. De hoogte van die vergoeding wordt bepaald op een bedrag van € 5.027,30 bruto. Werknemer heeft daarnaast nog verzocht om toekenning van de na-wettelijke uitkering in de zin van paragraaf 2 van hoofdstuk 10 van de cao SGO. De kantonrechter oordeelt dat hij daarop geen recht heeft, nu de verstoring van de arbeidsverhouding in overwegende mate te wijten is aan werknemer. Werknemer heeft recht op de vergoeding aanvullende uitkering en op de transitievergoeding. De kantonrechter is van oordeel dat daarmee aan werknemer, die reeds sinds 12 juni 2025 is vrijgesteld van werkzaamheden, een passende regeling is geboden in de zin van artikel 10.22 van de cao SGO.
