Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 18 december 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:25992
Feiten
Werkneemster is op 29 januari 2005 in dienst getreden bij de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: RvdK). Op de arbeidsovereenkomst is de Cao Rijk van toepassing. Sinds 1 januari 2023 vervult werkneemster de functie van medewerkster verwerken en behandelen. Zij verrichtte haar werkzaamheden grotendeels vanuit huis. Werkneemster is sinds 29 april 2024 (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt. Op 21 mei 2025 is zij begonnen met haar re-integratie. Daarbij is afgesproken dat zij zou re-integreren in haar eigen functie. Binnen het zelfsturende team bestond weerstand tegen haar terugkeer. Collega’s zetten dossiers die aan werkneemster toebehoorden op hun eigen naam, waardoor werkneemster feitelijk geen werkzaamheden kon verrichten. Zij heeft dit herhaaldelijk gemeld bij haar leidinggevenden. In juli 2025 vond een gesprek plaats tussen werkneemster en het team, waarbij haar verwijten werden gemaakt over haar langdurige afwezigheid wegens ziekte. De interim-leidinggevende greep hierbij niet corrigerend in. De bedrijfsarts rapporteerde meerdere malen dat de werksituatie spanningen en gezondheidsklachten bij werkneemster veroorzaakte en adviseerde begeleiding door een coach of mediator. In september 2025 meldde werkneemster zich opnieuw ziek. Nadat de bedrijfsarts op 8 oktober 2025 had geoordeeld dat zij weer kon beginnen met re-integratie, bleek zij geen toegang te hebben tot haar werkzaamheden. RvdK weigerde haar toegang tot haar eigen dossiers en was niet bereid een mediator in te schakelen. Werkneemster verrichtte uiteindelijk slechts beperkte taken (‘taakstraffen’), die normaal gesproken onder het team worden verdeeld. Werkneemster vordert in kort geding toelating tot haar eigen werkzaamheden conform het re-integratieadvies van de bedrijfsarts, het verbod op belemmering van haar re-integratie, het treffen van redelijke re-integratiemaatregelen en oplegging van een dwangsom.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. De kantonrechter stelt voorop dat op grond van artikel 7:658a BW op de werkgever een actieve verplichting rust om de re-integratie van een arbeidsongeschikte werknemer te bevorderen. Die verantwoordelijkheid blijft bij de werkgever liggen, ook indien wordt gewerkt met zelfsturende teams. De kantonrechter oordeelt dat RvdK niet aan haar re-integratieverplichtingen heeft voldaan. Vaststaat dat werkneemster vanaf mei 2025 wilde re-integreren in haar eigen werkzaamheden, maar dat zij daarin structureel werd tegengewerkt door het team. RvdK heeft nagelaten hiertegen adequaat op te treden en heeft de re-integratie feitelijk afhankelijk gemaakt van de bereidheid van het team, hetgeen onjuist is. De kantonrechter oordeelt dat de leidinggevende werkneemster onvoldoende heeft beschermd tegen verwijten over haar ziekteverzuim. Een werknemer hoeft zich tegenover collega’s niet te verantwoorden over zijn ziekte of de duur daarvan. Door niet duidelijk stelling te nemen heeft RvdK de indruk gewekt begrip te hebben voor de houding van het team. Hoewel passende arbeid een ruim begrip kent, oordeelt de kantonrechter dat de aan werkneemster opgedragen beperkte taken in dit geval niet als passend kunnen worden aangemerkt. Bij aanvang van de re-integratie was afgesproken dat werkneemster zou terugkeren in haar eigen dossiers. Dat zij deze werkzaamheden niet kon verrichten, was uitsluitend het gevolg van tegenwerking door collega’s. Uit de rapportages van de bedrijfsarts volgt bovendien dat juist het verrichten van uitsluitend deze beperkte taken een negatief effect had op haar herstel. De kantonrechter oordeelt dat RvdK tijdens de re-integratie geen extra belemmeringen mag opwerpen. Nu werkneemster haar werkzaamheden vóór haar arbeidsongeschiktheid volledig vanuit huis verrichtte, valt niet in te zien waarom zij gedurende haar re-integratie verplicht zou moeten worden (gedeeltelijk) op kantoor te werken. De vorderingen van werkneemster worden grotendeels toegewezen. RvdK wordt bevolen haar toe te laten tot haar eigen werkzaamheden, haar re-integratie niet te belemmeren en alle redelijke maatregelen te treffen ter uitvoering daarvan, op straffe van een dwangsom.
