Rechtspraak
Rechtbank Gelderland (Locatie Nijmegen), 22 december 2025
ECLI:NL:RBGEL:2025:11563
Feiten
Werknemer is sinds 1 maart 2024 in dienst bij werkgever in de functie van hovenier A. Werknemer heeft een bipolaire stoornis. Op 16 september 2025 is werknemer op staande voet ontslagen. In de tweede, tevens definitieve, versie van de schriftelijke bevestiging van dit ontslag is onder meer het volgende opgenomen: “De reden voor dit ontslag is dat u zich eerder vandaag, dinsdag 16 september 2025, schuldig hebt gemaakt aan ernstig wangedrag door met een buitenstaander in een conflictsituatie te komen en hierdoor andere collega’s in gevaar te brengen. Dit is volstrekt onacceptabel en levert een **dringende reden** op in de zin van artikel 7:678 van het Burgerlijk Wetboek.” Op 21 september 2025 is werknemer aangehouden door de politie, waarna hij tot 6 november 2025 bij Pro Persona heeft verbleven. In het bericht na crisisinterventie van Pro Persona van 23 november 2025 staat onder meer dat werknemer, die in het verleden gediagnosticeerd is met een bipolaire I-stoornis, sinds een halfjaar gestopt is met zijn medicatie en nu manisch psychotisch ontregeld is. In deze procedure verzoekt werknemer de kantonrechter bij beschikking het ontslag op staande voet te vernietigen.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Blijkens de ontslagbrief heeft werkgever aan het ontslag op staande voet ten grondslag gelegd dat werknemer zich op 16 september 2025 schuldig heeft gemaakt aan “ernstig wangedrag door met een buitenstaander in een conflictsituatie te komen en hierdoor andere collega’s in gevaar te brengen”. In het verweerschrift is nog melding gemaakt van andere incidenten die dag, maar die worden niet in de ontslagbrief genoemd en kunnen daarom niet worden meegenomen in de beoordeling of het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven. Uit de verklaringen van collega’s blijkt dat weliswaar sprake is geweest van een conflict tussen werknemer en een gemeentemedewerker, maar vastgesteld moet worden dat de verklaringen uiteenlopen als het gaat om de ernst van het conflict. Daarnaast geven de verklaringen geen inzage in de aanleiding en de precieze toedracht van het conflict. Gelet hierop is naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende komen vast te staan dat er sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet. Werkgever heeft aangegeven dat hij reeds het openlijk in conflict raken met een derde als werkgever niet kan tolereren, maar dat enkele gegeven is onvoldoende. Het geven van een waarschuwing zou meer in de reden hebben gelegen. Dan resteert nog het verwijt dat werknemer met zijn handelen andere collega’s in gevaar heeft gebracht. Hiervan is echter onvoldoende gebleken. Dit verwijt kan daarom geen dringende reden voor ontslag op staande voet opleveren. Het verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet wordt toegewezen. De kantonrechter komt vervolgens toe aan het subsidiaire voorwaardelijke verzoek van werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Naar het oordeel van de kantonrechter staat, gelet op de verklaring van Pro Persona van 23 september 2025, voldoende vast dat werknemer eind augustus/begin september 2025 psychotisch ontregeld is geraakt en dat hij als gevolg daarvan arbeidsongeschikt is. Dit betekent dat het opzegverbod tijdens ziekte in beginsel aan ontbinding van de arbeidsovereenkomst in de weg staat. Dit is alleen anders als het verzoek geen verband houdt met de omstandigheden waarop het opzegverbod betrekking heeft. De verweten gedragingen in de periode 1 tot en met 16 september 2025 hebben betrekking op de periode waarin werknemer ontregeld is geraakt en deze laten zich dus niet abstraheren van de omstandigheden waarop het opzegverbod betrekking heeft. Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst dient dan ook te worden afgewezen.
