Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 20 november 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:9145
Feiten
Werknemer was werkzaam bij 4SURE STAFF EUROPE B.V. (hierna: 4Sure). Hij is op 31 juli 2025 door 4Sure op staande voet ontslagen. Uitgangspunt is dat de in de ontslagbrief vermelde reden maatgevend is voor de beoordeling van de rechtsgeldigheid van het ontslag op staande voet. In de ontslagbrief heeft 4Sure als reden gegeven dat werknemer onvoldoende heeft meegewerkt aan zijn re-integratie. In het verweerschrift heeft 4Sure aanvullende gronden genoemd, te weten bedrog, integriteitsschending en oneigenlijk gebruik van bedrijfsgegevens. Deze gronden zijn echter niet opgenomen in de ontslagbrief. Uit het rapport van de bedrijfsarts volgt dat werd geadviseerd om een gesprek over de re-integratie te voeren onder begeleiding van een onafhankelijke derde. 4Sure heeft dit, ondanks herhaalde verzoeken van werknemer, nagelaten. Werknemer was ziek en had klachten die kunnen wijzen op overspannenheid of een burn-out. Tot aan de ziekmelding was er sprake van een goede arbeidsverhouding. Werknemer heeft zich neergelegd bij het ontslag. Werknemer verzoekt de kantonrechter vast te stellen dat het door 4Sure op 31 juli 2025 gegeven ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. Daarnaast verzoekt hij toekenning van een billijke vergoeding, de gefixeerde schadevergoeding, de transitievergoeding en betaling van het loon over de maand juli 2025 en het vakantiegeld over de periode mei 2024 tot en met mei 2025, alles vermeerderd met de wettelijke rente en de wettelijke verhoging. Tevens verzoekt werknemer 4Sure te veroordelen in de proceskosten. 4Sure heeft een tegenverzoek ingediend strekkende tot schadevergoeding.
Oordeel
De kantonrechter stelt voorop dat bij de beoordeling van een ontslag op staande voet uitsluitend de in de ontslagbrief vermelde reden maatgevend is. De door 4Sure in het verweerschrift aangevoerde aanvullende gronden kunnen daarom niet worden meegewogen. Het door 4Sure aan het ontslag ten grondslag gelegde verwijt dat werknemer onvoldoende heeft meegewerkt aan zijn re-integratie is onvoldoende om een ontslag op staande voet te rechtvaardigen. Daarbij is van belang dat de bedrijfsarts heeft geadviseerd om het re-integratiegesprek te voeren onder begeleiding van een onafhankelijke derde en dat 4Sure dit advies, ondanks herhaalde verzoeken van werknemer, niet heeft opgevolgd. Dat 4Sure stelt dat overleg ook zonder een onafhankelijke derde mogelijk zou zijn, doet daaraan niet af, nu het officiële advies van de bedrijfsarts anders luidt en dit advies niet is gevolgd. Voorts had 4Sure in aanmerking moeten nemen dat werknemer ziek was en klachten had die kunnen wijzen op overspannenheid of een burn-out. Dat het gedrag van werknemer afweek van zijn gebruikelijke gedrag en dat er tot aan de ziekmelding sprake was van een goede arbeidsverhouding, is niet onverenigbaar met een dergelijk ziektebeeld. De gestelde tekortkomingen hangen mogelijk samen met de ziekte van werknemer. In plaats van een ontslag op staande voet had het meer voor de hand gelegen minder ingrijpende maatregelen te treffen, zoals voortzetting van de loonsanctie, een schorsing of het indienen van een ontbindingsverzoek. Een ontslag op staande voet is immers een ultimum remedium en daarvan is in dit geval geen sprake. Nu er geen sprake is van een rechtsgeldig ontslag op staande voet, wordt het tegenverzoek van 4Sure afgewezen. Dit tegenverzoek is bovendien te laat ingediend, nu een dergelijk verzoek binnen twee maanden na het ontslag moet worden gedaan. Het geven van een ongeldig ontslag op staande voet kwalificeert als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van werkgever, zodat een billijke vergoeding toewijsbaar is. Bij de bepaling van de hoogte daarvan wordt rekening gehouden met het maandsalaris van werknemer, het feit dat het loon tot op heden had moeten worden doorbetaald en de wettelijke verhoging. Alles afwegende wordt een billijke vergoeding van € 50.000 bruto toegekend. Daarnaast zijn de gefixeerde schadevergoeding ter hoogte van één maandsalaris en de transitievergoeding toewijsbaar. Ook het volledige loon over juli 2025 en het vakantiegeld over de periode mei 2024 tot en met mei 2025 worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en de wettelijke verhoging, nu hiertegen geen verweer is gevoerd. De proceskosten komen voor rekening van 4Sure, nu zij ongelijk krijgt en er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen. Ten slotte merkt de kantonrechter op dat 4Sure gehouden is een eindafrekening op te maken en aan werknemer te verstrekken.
