Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 22 december 2025
ECLI:NL:GHARL:2025:8494
Feiten
Werknemer is op 2 september 2022 in dienst getreden bij Topzorggroep Mental Health B.V. (hierna: TMH) als Business Unit Developer GGZ. Op 3 december 2024 heeft werknemer twee keer € 50.000 overgemaakt van de bankrekening van TMH naar zijn persoonlijke holding. TMH heeft op 20 december 2024 een e-mail aan werknemer gestuurd waarin zij stelt dat werknemer die dag is gebeld, dat aan werknemer is gevraagd het geld terug te storten en dat werknemer dat heeft geweigerd. Op 23 december 2024 is werknemer op staande voet ontslagen vanwege, onder meer, het onrechtmatig overmaken van € 100.000 naar zijn persoonlijke holding en het nalaten om dit bedrag per ommegaande terug te storten nadat dit werd geëist. De kantonrechter heeft in eerste aanleg geoordeeld dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven. Werknemer heeft hoger beroep ingesteld. Hij legt zich neer bij het ontslag, maar komt op tegen de afwijzing van de kantonrechter van de transitievergoeding, billijke vergoeding en vergoeding wegens onregelmatige opzegging.
Oordeel
Het hof oordeelt als volgt. Het, zonder daartoe bevoegd te zijn, elders ‘parkeren’ ofwel onttrekken van gelden toebehorend aan TMH levert in dit geval een dringende reden voor ontslag op. Als verklaring voor het niet serieus nemen van het telefoontje van 20 december 2024 – waarin van werknemer werd geëist dat hij het geld terugstortte – heeft werknemer aangevoerd dat hij pas aan het eind van dat gesprek wist dat hij met iemand sprak die hij niet kende. Het hof vindt dat ongeloofwaardig in het licht van het feit dat werknemer in dat telefoongesprek werd aangesproken op bankoverschrijvingen, welke informatie in de regel alleen in beperkte kring bekend is, en gelet op verschillende door TMH overgelegde e-mails waarin zowel werknemer als ‘de beller’ geadresseerden zijn, of waarin ‘de beller’ werknemer rechtstreeks aanschrijft met zijn naam en functie in de voettekst. Door aldus te handelen heeft werknemer extra voeding gegeven aan de verdenking dat hij met de overboeking onrechtmatig handelde. Aan het voorgaande doet niet af dat TMH op 23 december 2024 werknemer niet eerst heeft gehoord voordat zij tot ontslag overging. Werknemer heeft zich nog beroepen op schending van de zorgplicht van zijn werkgever die bijvoorbeeld geen waarschuwingen heeft geven. Het hof is echter van oordeel dat werknemer ook zonder waarschuwing had moeten begrijpen dat hij, als er geen verplichting tot betaling was, geen geld van zijn werkgever naar een bankrekening mocht overmaken waarover alleen hijzelf zeggenschap had, zeker nu het gaat om een zeer groot bedrag en hij geen enkele bevoegdheid had om over de (zorg)gelden van de stichting te beschikken. Het hof begrijpt dat werknemer mogelijk ernstige financiële problemen heeft, maar dat gegeven maakt niet dat milder moet worden geoordeeld over de dringende reden voor ontslag. Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig. Het handelen van werknemer is tevens ernstig verwijtbaar, zodat de verzochte transitievergoeding wordt afgewezen. De bestreden beschikking wordt bekrachtigd.
